You are here:

Onderzoek waar muziek in zit

De langspeelplaat maakt z'n intrede op de Nederlandse radio. Conservator Bas Agterberg dook in de archieven van Beeld en Geluid '100 jaar radio in één week' in kaart te brengen. Lees en luister zeven dagen mee in een reeks waarin hij ons meeneemt door een eeuw radiogeschiedenis van Nederland. Dit is dag drie.

Langspeelplaten

Turf in je ransel

Turf in je ransel is de eerste plaat op de Nederlandse radio. Deze vrolijke parademars luidde het begin in een van de belangrijkste elementen van de radio: muziek. Idzerda’s ‘Soirée Musicale’ op 6 november 1919 was ‘de Arbeidsvitaminen’ avant la lettre. Zijn uitzending bood een mix aan muziekgenres, Een meisje dat men nooit vergeet van de populaire zanger Koos Speenhoff en het klassieke Avé Maria waren in hetzelfde uur te horen. Dat zul je nu niet zo snel meer horen op de radio. Muziek profileert en kleurt de klank van een zender. Luister naar de jingle of de manier waarop een DJ spreekt en je herkent de zender. Samen met de muziek bepaalt de vormgeving de identiteit van de zender én van de luisteraar, die zich thuis voelt vanwege het herkenbare geluid. 

Turf in je ransel

'Turf in je ransel', de eerste plaat op de Nederlandse radio

Robida 1883

Toekomstmuziek

Hanso Idzerda had een stapeltje platen aangeschaft en leende ze met regelmaat. Later kwamen er musici voor de microfoon spelen. Zelf sprak hij tussen de platen. Dat er muziek klonk via de radio was geen toeval, eerder een gekoesterde droom. Na de uitvinding van de telefoon op een prachtige manier verbeeld in een tekening van de Franse auteur Robida in zijn Le Vingtième Siècle. De radio bleek een uitgelezen kans om cultuur bij het volk te brengen. Met name de VARA streefde er naar door via een microfoon in de concertzaal de arbeiders te laten genieten van muziek waarvoor ze zich een toegangskaart nooit konden veroorloven.

Uitzendingen niet bewaard

Voor zo’n 50 à 60% bestaat de radioprogrammering uit muziek. Mediawetenschappers Philomeen Lelieveldt en Lutgard Mutsaers doken beiden diep in de archieven om de klassieke en populaire muziek op de radio te ontrafelen voor het boek De radio, een cultuurgeschiedenis. In hun zoektocht zijn niet zozeer de uitzendingen in het archief een bron om meer te weten te komen. Zowel live muziek op de radio en de platenprogramma’s zijn lange tijd niet bewaard. Niet zo gek als je bedenkt dat die platen gewoon in de fonotheek van de omroep beschikbaar waren. Frits Spits is door de VARA gekozen als radiopersoon van de eeuw, maar van De avondspits zijn maar weinig uitzendingen bewaard. In de Onvergetelijke luisterlijst staan veel muziekprogramma’s die tot de verbeelding spreken, zoals de Top 40 of de ochtendshow van Edwin Evers. Slechts enkele afleveringen zijn er in het archief te vinden. De prachtige uitvoeringen van het VARA Matinee zijn wel bewaard, maar niet herkenbaar als radio uitzending. Zonder inleiding of afkondiging staat er een concertregistratie op de band.

Frits Spits in 1987

Frits Spits in 1987

Missive Wilhemus 1940

Brieven en kasboekjes

Voor onderzoek bieden de papieren archieven een schat aan informatie. In persoonsarchieven zoals die van componist Hugo de Groot maakt een simpele memo duidelijk dat het Wilhelmus door de Duitse bezetter niet toegestaan is. Een kasboekje van bandleider Theo Uden Masman van de Ramblers vertelt hoeveel de band kreeg voor een radio optreden. De vele documenten geven inzicht in de aanpak en structuur van de muziekprogrammering op de radio. Philomeen Lelieveldt laat zien in haar hoofdstuk hoe gescheiden muzikale circuits van concertzalen en andere podia in de jaren 20 weer op hetzelfde podium van de radio kwamen voor het publiek. Dat er discussie was of de muziek tot zijn recht kwam als de radio via de luidspreker niet enkel achtergrondmuziek betekende. Ze maakt ook duidelijk hoe het groeiende publiek leidde tot professionalisering van omroeporkesten en de bouw van studio’s waarin de orkesten voor de radio konden optreden. Voorheen moest de pauze tijdens de uitvoering van een symfonie in het Concertgebouw op de radio opgevuld worden. In de eigen studio werd het optreden aangepast aan het radioformat.

'Zing ze zelf', bladmuziek van Eddy Christiani

Gecomponeerd voor de radio

In de populaire muziek worden artiesten als Koos Speenhoff, Louis Davids of Willy Derby dankzij de radio nog bekender worden dan ze al waren. Tal van liedjes bezingen het nieuwe medium, zoals Kees Pruis in ‘Hallo Hilversum’, het leidmotief van de Podcast Hallo Hier Hilversum van Vincent Bijlo en Ger Jochems. Uit de verschillende archieven blijkt in de populaire muziek de strijd om een podium op de radio voor de Nederlandse artiesten een terugkerend thema in de geschiedenis van de radio. Al is de omroep ook een grote werkgever waarvoor veel gecomponeerd wordt. Daarvan getuigt de schat aan bladmuziek in het Muziek Centrum van de Omroep aan de Heuvellaan in Hilversum. Veel van de liedjes zijn via muziekschatten sinds kort digitaal beschikbaar.

Digitalisering Beeld en Geluid

Vastgelegde herinneringen

Hoe componisten, programmeurs, beleidsmakers en technici bij de radio samenwerkten valt te horen in een reeks gesprekken. Onder de projectnaam ‘Oral History van de Omroep’ zijn in de jaren '80 en '90 uitvoerige interviews gedaan waarin de carrière gereconstrueerd wordt. Een andere bruikbare collectie is ‘de weken Nederlandse radio’. Deze opnames laten horen hoe een dag op de radio klonk. Sinds 1978 worden twee weken per jaar alle zenders opgenomen. Het zijn heel veel uren radio achter elkaar. Wie er in het verleden naar wilde luisteren moest uit de stapels de cassettes en later CD’s op datum kiezen en in een afgehuurde ruimte in het archief te komen beluisteren. De digitalisering in het project Beelden voor de toekomst (2007-2014) betekende een grote verandering die onderzoek makkelijker maakt. Vele uitzendingen zullen waarschijnlijk voor het eerst sinds de oorspronkelijke uitzending door onderzoekers en researchers weer gehoord worden. 

Gids in de radioprogrammering

Als conservator was ik deelgenoot bij unieke vondsten of een verrassing voor Philomeen of Lutgard tijdens hun onderzoek in een uitzending, document of archiefdoos. Een gevoel van blijdschap dat ik zelf ook vaak heb na lang speuren of uren te bladeren. Soms stelt iemand een simpele vraag, bijvoorbeeld wanneer een programma voor het eerst werd uitgezonden. Dan blijkt het antwoord een behoorlijke zoektocht die niet in digitale en online bronnen te vinden is. Zo’n iconisch programma als de Bonte dinsdagavondtrein, wanneer in 1936 kwamen de eerste bezoekers met de trein in Hilversum? Was dat iedere week dat ze met de fanfare door Hilversum naar de AVRO liepen? Het antwoord staat de Radiogidsen van dat jaar. Wat was er zoal op de radio, hoe zag een avond er uit? Dat is het onderwerp van het volgende blog, dag 4: Gids in radioland.