You are here:

The making of Serieus grappig: deel 1 - en wel hierom

Vanaf 8 februari 2019 kun je in de tentoonstelling Serieus grappig de rijkdom van Nederlandse satire ervaren. In deze tentoonstelling ontdek je waarom satire zo belangrijk is voor de maatschappij en ervaar je waar je eigen satire-grenzen liggen. In een serie van vier blogposts lees je de komende vier weken meer over wat er allemaal komt kijken bij het maken van een tentoonstelling bij Beeld en Geluid.

Want hoe kies je een onderwerp, hoe kom je tot een tentoonstellingsconcept, hoe stem je inhoud en vorm goed op elkaar af en wie vervult welke rol binnen Beeld en Geluid? Op deze vragen - en meer - geven we antwoord. 

Hoe maak je van een abstract onderwerp als satire een concrete museumervaring? Een terugkerende vraag bij Beeld en Geluid. Onze ‘museumstukken’ bestaan namelijk vooral uit eentjes en nulletjes: digitaal audiovisueel materiaal. Om voor de bezoeker een bijzondere en toegankelijke ervaring te creëren, betekent dit dat er een extra laag aan moet worden toegevoegd. Filmpjes kijken kunnen ze immers ook vanuit hun luie stoel thuis.

Dit jaar schenken Kees van Kooten en Wim de Bie hun hele archief aan Beeld en Geluid, dat is ook meteen de directe aanleiding voor onze tentoonstelling over satire. Een mooi moment dus om het onderwerp satire te vieren met een serieus grappige tentoonstelling, waar je kunt ervaren wat de maatschappelijke betekenis van satire is. En ook voor mij persoonlijk een bijzonder moment: na in 2007 gewerkt te hebben aan onze eerste tijdelijke tentoonstelling over Koot en Bie, mag ik collega’s opnieuw vermoeien met mijn Koot en Bie kennis. 

Tentoonstellingen in Beeld en Geluid

De tijdelijke tentoonstellingen van Beeld en Geluid hebben de afgelopen drie jaar wel een ontwikkeling doorgemaakt: waar we eerder vooral ons archief als nostalgische schatkamer tentoonstelden, gebruiken we nu ons archief als startpunt voor actuele verhalen. Na Let’s YouTube en Nieuws of Nonsens leggen we in deze tentoonstelling ook het waarom van media-ontwikkelingen uit. We plaatsen het onderwerp in een breder mediahistorisch kader en leggen verbanden tussen vroeger en nu. Op deze manier proberen we het belang van media voor de bezoeker duidelijk te maken.
 

Snelkookpansessie

In de eerste creatieve ‘snelkookpansessie’ (georganiseerd door projectleider Frederike) bepalen we met ons tentoonstellingsteam de inhoudelijke kaders. Tijdens deze sessie beslissen we dat we niet alleen aandacht besteden aan het werk van Van Kooten en De Bie, maar dat we de tentoonstelling inhoudelijk breder trekken door aan de hand van allerlei Nederlandse satiremakers te laten zien dat satire oneindig veel verschillende vormen heeft: van spotprenten tot online memes.

Twee creatieve sessies later komen we tot de kern. We willen de rijkdom van de satire-traditie in Nederland tonen aan onze bezoekers. Researcher Bart en conservator Jop gaan op zoek naar een breed scala aan spottende humor: soms bijtend, soms baanbrekend, dan weer luchtig. Soms historisch, dan weer actueel, het met spot aan de kaak stellen van taboes of opvattingen is immers van alle tijden.

Vlekkenplan

Ik merk dat de creatieve sessies erg nuttig zijn: de inhoud wordt steeds preciezer en we komen tot de basisthema’s: wat is satire, welke iconische voorbeelden zijn er, welke stijlfiguren worden er gebruikt, is er ophef over satire en wanneer gaat iets over de grens? In de tentoonstelling besluiten we de grenzen aan satire te tonen, maar de bezoeker moet er zélf een conclusie over trekken.

Als tentoonstellingsmaker is het vooral belangrijk om scherp te krijgen wat de take-away voor de bezoeker is: wat wil je dat bezoekers onthouden van de tentoonstelling? Voor deze tentoonstelling hopen we dat bezoekers begrijpen dat satire belangrijk is voor een open en vrije samenleving en dat ze erachter komen waar hun eigen satire-grenzen liggen. Maar we hopen vooral dat bezoekers zich bescheuren om al het grappige materiaal!

De stap naar het concept is daardoor makkelijk te maken: we ontwikkelen een vlekkenplan in de vorm van een trechter waarbij de bezoeker van breed naar smal gaat. Het onderwerp dat eventueel voor ophef kan zorgen plaatsen we in een hoek, waardoor de bezoeker (letterlijk, maar onbewust) in een hoek wordt gedreven. We bespreken met wat voor middelen we de onderwerpen willen tentoonstellen (animatie, mini-documentaires, interactie, grafisch, etc.) en briefen hiermee de tentoonstellingsontwerpers van Trapped in Suburbia. Zij voegen er een luchtige laag aan toe, waardoor het onderwerp niet ál te serieus wordt: het bezoeken van een tentoonstelling moet immers óók een leuk dagje uit zijn.

Ruimtelijk ontwerp

Trapped in Suburbia presenteert een ruimtelijk ontwerp wat perfect aansluit bij onze briefing: de middenruimte wordt vrolijk van kleur en de randen van de tentoonstellingsruimte worden donker - een fijne vertaling van satire, wat eigenlijk humor is met een donker randje. De ruimte wordt gevuld met verrassende elementen zoals wanden van schuurpapier, kliko’s, boksballen én een groot boos konijn. Hier vertellen we je meer over in het volgende blog.

In de vorm van twee digitale interactives (“Koning Satire” en “Over de grens”) en analoge interactiviteit (reactiewand, snoepjesmachine, shredder) krijgt de tentoonstelling een interactief karakter.

En wel hierom

Tentoonstellingen maken is een mooi proces: ik mag nadenken over inhoud én vorm en probeer dat zo goed en verrassend mogelijk bij elkaar te krijgen. Van een concept en schetsontwerp gaan we naar een voorlopig en definitief ontwerp. Iedere stap heeft zijn uitdagingen, soms schuurt het wat en worden er in de uitwerking heel wat ‘darlings gekilled’. Maar zodra alle onderdelen samenkomen - inhoud, ruimtelijke vorm, tekst, beeld, interactie, objecten, meubels, hardware, software, licht, geluid plus een wit konijn met bokshandschoenen - ben ik enorm trots op ons tentoonstellingsteam. I love it when a plan comes together!

Andere blogs uit deze serie