Je bevindt je hier:

Wie online nieuws volgt moet eigen poortwachter zijn

Ieder jaar wordt duidelijker dat er een grote kloof is tussen hoe jong en oud nieuws volgt. Waar de oudere groep vooral de televisie aanzet, volgt de jongste groep steeds meer het nieuws op hun smartphone. Deze verandering brengt nieuwe uitdagingen met zich mee voor de jongste nieuwsvolgers. In deze blog lees je voor welke uitdaging jongeren staan en wat onderzoekers bij Beeld en Geluid, samen met journalisten en onderzoekers hier mee gaan doen.

Ieder jaar wordt duidelijker dat er een grote kloof is tussen hoe jong en oud nieuws volgt. Waar de oudere groep vooral de televisie aanzet, volgt de jongste groep steeds meer het nieuws op hun smartphone. Deze verandering brengt nieuwe uitdagingen met zich mee voor de jongste nieuwsvolgers. In deze blog lees je voor welke uitdaging jongeren staan en wat onderzoekers bij Beeld en Geluid, samen met journalisten en onderzoekers hier mee gaan doen.

Stockfoto van Pixabay met blauw scherm waar continue het woord 'fact' voorbij komt en een hand er een loep voor houdt

De poortwachters

Nieuws bij traditionele media zoals in kranten en op televisie wordt volledig door redacties samengesteld. Journalisten vervullen hiermee een poortwachtersfunctie, ze beoordelen informatie op kwaliteit voordat het bij de lezer of kijker terechtkomt. Op Facebook, Twitter en TikTok bepalen deze social media bedrijven wat op hun platform te zien is, en dat wordt sterk beïnvloed door algoritmen en door het netwerk van gebruikers. We weten uit recent onderzoek dat sensationele social media posts meer aandacht genereren omdat mensen sneller geneigd zijn ze te delen. Hetzelfde geldt voor haatzaaiende berichten en onwaarheden. Partijen zoals zoals Meta profiteren hiervan, maar lijken er weinig aan te doen

Het consumeren van nieuws in deze omgevingen vergt daarom van elk individu dat het zijn of haar eigen poortwachter is. Onderscheid kunnen maken tussen kwalitatieve informatie, halve waarheden en regelrechte onzin is daarbij van essentieel belang. Om dat in te schatten moet je weten hoe feiten zijn gewogen en hoe je meningen van feiten kunt onderscheiden. Daarnaast vraagt het om een goed bewustzijn van het effect van technologie op de selectie van berichten die op je tijdlijn verschijnen. Al deze vaardigheden noemt Beeld en Geluid ‘nieuwswijsheid’. 

De komende jaren gaat Beeld en Geluid in samenwerking met journalistieke redacties en wetenschappers het thema nieuwswijsheid onderzoeken; hoe kunnen we nieuwsconsumenten nieuwswijzer maken? Hoe kunnen factchecks het meeste impact hebben? Wat is de impact van wet- en regelgeving? We bezitten het persarchief en het archief van de Nederlandse publieke omroepen en werken al jaren intensief samen met journalisten, een van onze belangrijkste doelgroepen. We hebben met de locatie Den Haag een plek waar het publieke gesprek over nieuwswijsheid plaatsvindt. En we hebben een sterk netwerk in huis van onderzoekers en journalisten om mee samen te werken en aan elkaar te verbinden. Dat maakt ons het ideale knooppunt om hier het voortouw in te nemen.

Toxic TikTok

TikTok is erg populair onder jongeren. Recent verscheen het rapport Toxic TikTok van het Amerikaanse News Guard, waarin zorgen werden geuit over hoe snel en hoe veel misleidende video’s over corona kinderen te zien krijgen op dit platform. Een onderwerp dat in Nederland nog onderbelicht lijkt te zijn. Daarom start Beeld en Geluid in samenwerking met journalisten van Pointer en een kleine groep jonge academici, een samenwerking. We bekijken in hoeverre Nederlandse kinderen op TikTok worden geconfronteerd met misleidende informatie. 

Beeld en Geluid vindt het (ook) belangrijk om zich te verhouden tot de jongste generatie en hoe zij hun tijd doorbrengt op social media. Daarom zijn wij sinds 2015 begonnen met het archiveren van online kanalen zoals YouTube en sinds kort ook TikTok. Maar welk deel van TikTok moet worden bewaard? Paul Wetzel werkt in het team dat hiervoor verantwoordelijk is. “Voorheen was het makkelijk”, vertelt hij. “Bij het archiveren van materiaal van de publieke omroepen nemen we gewoon alles mee. Maar met de komst van video op het web is er simpelweg teveel materiaal. We zijn genoodzaakt een selectie te maken.” Het onderzoek naar TikTok is een goede aanleiding voor het gericht uitbreiden van ons TikTok-archief. Beeld en Geluid heeft de kennis in huis om het beeldmateriaal veilig op te slaan en ondersteunt zo de journalisten tijdens hun onderzoek.

De journalisten kunnen resultaten uit het onderzoek vertalen voor een breed publiek en hun conclusies aankaarten bij politici. Zo werkt Beeld en Geluid aan het verrijken van kennis over nieuwswijsheid en zet het zich in om samenwerking tussen journalisten en onderzoekers te versterken. Iets wat we in de toekomst vaker willen opzetten. 

Wat valt er te ontdekken in ons archief?

Maar er is meer. Naast samenwerkingen duiken we ook in ons eigen archief. Dat gebeurt al bij Beeld en Geluid met de CLARIAH Mediasuite. Mari Wigham en Willemien Sanders, van het data stories team, publiceerden al eerder onderzoek over ongelijkheid tussen mannelijke en vrouwelijk lijsttrekkers in media in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen in 2021. Het team, een mix van onderzoekers, (AI specialisten) en data scientists, waaronder mijzelf en Rana Klein, werkt aan allerlei dataverhalen over nieuwswijsheid. 

Op dit moment werken we aan een onderzoek over de introductie en gebruik van het woord ‘nepnieuws’. Deze term kent ongeveer sinds 2014 een opleving in het publieke debat. Canadese journalist Craig Silverman gebruikte de woorden toen om de website National Report te omschrijven. Deze pagina verspreidde opzettelijk misleidende informatie over Ebola. En dat werd veelvuldig gedeeld op social media. Sindsdien is de term op veel manieren gebruikt en misbruikt met als bekendste moment begin 2017, toen Trump CNN en The New York Times ‘Fake News’ begon te noemen. Samen met het veelvuldige gebruik is ook de angst voor het effect ervan op onze samenleving toegenomen. Uit onderzoek komt naar voren dat groot deel van de Nederlanders bang zijn dat nepnieuws invloed zal hebben op de uitslag van verkiezingen. Wereldwijd is er onderzoek gaande naar de vraag wie precies deze term introduceerden en met welk doel. Een belangrijke vraag als we meer willen weten over hoe agendering van nieuwsonderwerpen tot stand komt en hoe belangrijk journalisten en politici zijn voor het framen van het publieke debat.

De komende maanden gaan we op zoek naar antwoorden op vragen als: hoe de berichtgeving over nepnieuws bij de NPO is geweest? Wie introduceerden de terminologie en wie zorgde ervoor dat het gangbaar werd? Was het de pers, waren het politici of iemand anders? Al deze kennis zal bijdragen aan een nieuwswijzere samenleving.