Je bevindt je hier:

Nepnieuws als 1 april grap en als oorlogswapen: deel 3

In deze blogreeks schrijft Luuk Ex over zijn onderzoek naar actualiteitenprogramma’s waarin het nepnieuwsdiscours voorkomt. Het afsluitende deel gaat over de eerste helft van 2022: het discours komt relatief veel vaker voor dan in de voorafgaande jaren. Hoe komt dat?

In deze blogreeks schrijft Luuk Ex over zijn onderzoek naar actualiteitenprogramma’s waarin het nepnieuwsdiscours voorkomt. Het afsluitende deel gaat over de eerste helft van 2022: het discours komt relatief veel vaker voor dan in de voorafgaande jaren. Hoe komt dat?

Een stapel kranten op een tafel

In deel 1 en deel 2 van deze reeks schreef ik over hoe ik met de zeven signaalwoorden ‘fake news’,nepnieuws’, ‘fake berichten’, ‘nepberichten’, ‘misinformatie’, ‘desinformatie’ en ‘nepinformatie’ het nepnieuwsdiscours in 54 actualiteitenprogramma’s terugzocht. Tussen 1 januari 2014 en 30 juni 2022 vond ik een of meer van de signaalwoorden in ruim 800 televisie-uitzendingen.

Betekenissen

stapelen zich op

Om een verklaring te geven voor de sterke stijging van het nepnieuwsdiscours 2022 kijk ik eerst naar de ontwikkeling in de jaren ervoor. Figuur 1 laat de ontwikkeling van het nepnieuwsdiscours per jaar per signaalwoord zien.

‘Desinformatie’ is in 2014 het vroegst gevonden en kent een geleidelijke stijging. Het signaalwoord ‘fake news’ is in 2014 nog niet gevonden maar vanaf 2016 heeft het discours zich definitief gevestigd met de signaalwoorden ‘fake news’ en ‘nepnieuws’. In 2022 wordt met name ‘desinformatie’ gebruikt én wint ‘nepnieuws’. 

Van 121 van de 800 fragmenten bekijk ik waar over wordt gesproken als de signaalwoorden vallen. Ik kom een veelvoud van onderwerpen tegen: beïnvloeding van verkiezingen (2016, 2017, 2020, 2022), invloedrijke techbedrijven (2016, 2018, 2020, 2022), aanpassingen van de wet (2018), moordpartijen in het buitenland (2019), complotdenken (2020, 2022), coronamaatregelen (2020, 2021, 2022), bedreigingen van politici (2022), wetenschappers (2022) en journalisten (2022).

In de uitzendingen worden de signaalwoorden van het nepnieuwsdiscours verbonden aan tal van actuele gebeurtenissen. Tussen 2014 en 2022 ontstaat zo een lappendeken van betekenissen. 

'nepnieuws’ in oorlogstijd

In 2022 neemt het discours een vlucht. Uit figuur 2 blijkt dat het signaalwoord ‘desinformatie’ het vaakst voorkomt. ‘Nepnieuws’ wint in februari terrein, terwijl het een maand eerder weinig wordt gebruikt. Om daar een verklaring voor te geven, bekijk ik welke onderwerpen in deze periode de aanleidingen zijn om de signaalwoorden te gebruiken.

In januari komen alle verschillende onderwerpen uit de jaren ervoor opnieuw langs: ‘nepnieuws’ over corona, de rol van ‘desinformatie’ bij de bestorming van het Capitool in de Verenigde Staten op 6 januari 2021 en ‘desinformatie’ op socialemediaplatformen.

Vanaf 4 februari 2022 verandert dat sterk. Op die dag laat Nieuwsuur een waarschuwing van een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Verenigde Staten zien. Russen willen een aanleiding fabriceren om een aanval op Oekraïne te rechtvaardigen. Het middel: ‘nepnieuws’. “Bijvoorbeeld het verspreiden van een propagandavideo vol explosies, lijken en rouwende acteurs, volledig in scène gezet door de Russen”, zegt de woordvoerder. Na deze uitzending gaan alle fragmenten tot en met 24 mei 2022 over de situatie in Oekraïne.

Hoewel het conflict in Oekraïne niet voorbij is, veranderen eind mei 2022 de onderwerpen. Tussen 26 mei 2022 en 26 juni 2022 worden achtereenvolgens besproken: de overname van Twitter door Elon Musk, de vaccinatiegraad van de mazelenprik, graancirkels, persvrijheid en bedreigingen van journalisten, politieke beïnvloeding via socialemediaplatformen, synthetische media waarmee politie een slachtoffer van geweld “tot leven roept” en complottheorieën over politieoptredens tijdens protestacties. Het discours is weer de lappendeken van betekenissen geworden, waar nu ook de betekenis van ‘nepnieuws’ en ‘desinformatie’ als oorlogswapen aan is toegevoegd.

Wat verklaart de stijging van het nepnieuwsdiscours in 2022? Hoewel de oorlog het discours domineert, keren ook de andere onderwerpen terug en spelen een rol in de stijging.

De variatie van de onderwerpen laat zien hoe uitgebreid het nepnieuwsdiscours is geworden. Het discours blijft daarmee actueel en zakt niet meer terug naar het niveau van 2014 en 2015. Alleen de uitleg van nepnieuws als satire, waarover ik in blog 1 schreef, kom ik niet meer tegen.

Logo van de Media Suite

Nepnieuws als blauwdruk

Met deze blogserie heb ik laten zien hoe ik met de CLARIAH Media Suite een discours in actualiteitenprogramma’s heb onderzocht. Met dit onderzoeksinstrument kon ik in uitzendingen woorden zoeken, selecteren, bookmarken, fragmenten bekijken, annoteren en vergelijken.

De inzichten die ik opdeed, zijn relevant voor journalisten die willen begrijpen hoe een publiek discours zich ontwikkelt. De variatie van onderwerpen die binnen het nepnieuwsdiscours worden besproken, kan iedereen die professioneel bezig is met het onderwerp gebruiken als context bij duiding.

Tijdens het schrijven kreeg ik de vraag of het ook mogelijk is om het discours over vluchtelingen te analyseren. Zijn er verschillen in het discours over mensen die migreren vanuit Afghanistan, Eritrea, Syrië en Oekraïne? Iemand anders vroeg of het mogelijk is om een onderzoek te doen naar veranderingen in het discours over kiembaanmodificatie. Beeld & Geluid gaat testen of het nepnieuwsdiscourse als blauwdruk kan dienen voor dit soort vragen.

Lees het volledige onderzoek Onvrede over nepnieuwsdiscours, maar debat blijft als Data Story op de CLARIAH Media Suite website.