You are here:

Spelenderwijs de geschiedenis in

Gamen in de klas, dat maakt het onderwijs ongetwijfeld leuker. Geschiedenisleraar van het jaar, Tom de Kruif neemt zijn Playstation mee en al gamend zitten ze in de Tweede Wereldoorlog en beleven de leerlingen D-Day op ‘Omaha-beach’. Hoe kun je in het geschiedenisonderwijs media gebruiken? Die vraag stond centraal op 2 februari in Beeld en Geluid tijdens een conferentie van de European Association of History Educators, Euroclio.

Euroclio conference

In presentaties, een panel en workshops waren drie verschillende thema’s te ontdekken. Ten eerste de representatie van het verleden in de media, wat is de relatie tussen de game of film en de werkelijkheid? Dat brengt het tweede punt naar voren. Welke vaardigheden van mediawijsheid zijn nodig voor leerlingen en docenten. Hoe kun je ze leren kritisch vragen stellen over mediabronnen? Tot slot is de vraag welke rol media in de lessen kunnen spelen. Hoe kun je het gebruik integreren in de lesstof, die vooral uit tekst bestaat. Hoe verlevendig je de les met media?

Teleblik

Als mediahistoricus van Beeld en Geluid houd ik me dagelijks bezig met de verhalen die het audiovisuele materiaal in de collectie bieden. Gezien de groeiende rol die media de afgelopen eeuw in ons dagelijks leven zijn gaan spelen, is het gebruik van de films, televisie- en radioprogramma’s  voor onderzoek en onderwijs volgens Beeld en Geluid belangrijk. Sinds 2014 is een groot deel van de collectie digitaal en is voor onderwijs via een platform als Teleblik vele uren materiaal beschikbaar.  Met groot plezier kon ik de geschiedenisdocenten een korte blik op deze rijke bron geven en sloot ik aan in het panel over alternatieve feiten, waarheid en geschiedenisonderwijs.

Representatie

Maria Grever van de Erasmusuniversiteit opende het panel met een korte presentatie over hoe betrouwbaarheid van informatie in de media steeds meer ter discussie is komen te staan. Media verbeelden historische momenten. Grever is betrokken in het Europese project E-story. Dit project stimuleert verrijking van het geschiedenisonderwijs, onder andere door nieuwe didactische methoden. Het onderzoekt ook de representatie van geschiedenis in de verschillende landen die betrokken zijn in het project. Grever sprak zorg uit nadat een van haar studenten eens had gesteld dat de werkelijkheid niet bestaat, maar alleen de representatie. Een zorgwekkende gedachte, die meteen een mooie vraag was voor publiek en panel.

Mediawijsheid is vragen stellen

In een levendig debat met een zaal vol geschiedenisdocenten werden vooral veel vragen gesteld. Sluit het onderwijs aan bij de belevingswereld van de leerlingen? Hoe kun je stimuleren dat leerlingen voldoende betrouwbare bronnen tot zich nemen? Tom de Kruif gebruikte de games om zijn leerlingen vragen te stellen over de Tweede Wereldoorlog. Denk je dat deze game een betrouwbaar beeld schetst van wat er is gebeurd?

Leerlingen zijn gretig op zoek naar de betrouwbare bronnen, om de feiten te horen

Er kwamen veel meer vragen over het gebruik van media in de breedte, bijvoorbeeld over de rol van sociale media als Facebook. Of de mogelijkheden voor de docent op een school waar leerlingen van huis uit niet gestimuleerd worden om informatie te zoeken en er vaak extreme ideeën worden aangehangen.  Alle vragen die gesteld werden, hadden gemeen dat er verwarring is in de tijden van overdaad aan media. Het zijn vragen waarop geen gemakkelijk antwoord is te geven, maar de docenten in de zaal gaven aan dat leerlingen gretig op zoek zijn naar de betrouwbare bron, om de feiten te horen. Zij zijn ook niet de nepnieuwsverspreiders en haatzaaiers op Facebook. Het is met name voor jongeren steeds moeilijker nepnieuws te onderscheiden en willen volgens docenten graag de waarheid horen. Het lijkt er ook op dat de kloof tussen hoog- en laagopgeleiden groter wordt in de vaardigheden om feiten en opinies te onderscheiden.

Wij leven vrij! (1952)

Wij leven vrij. Polygoon Profilti, 1952.

Kritische houding en levendige les

Mediawijsheid integreren in het onderwijs lijkt dan ook de beste strategie om leerlingen de mediataal te leren ‘lezen’. In de workshops werden aan de docenten handvatten geboden. Experts uit Rusland, Malta en Nederland trainden de blik op betrouwbaarheid. Over de vragen die je kunt stellen bij mediabronnen en de relatie tussen wat je ziet en de werkelijkheid. Veel mensen lezen bij internetberichten alleen de titel, de samenvatting en bekijken de beelden. Weten ze wel wat ze rondsturen als ze het bericht vervolgens delen? De Koude oorlog was een voorbeeld dat gebruikt werd in een van de workshops. Ook in de archieven van Beeld en Geluid zien we voorlichtingsfilms over de dreiging van atoomwapens. Daar kijken we nu bijna nostalgisch naar, soms zijn de films zelfs lachwekkend. Maar lijkt de ‘tone of voice’ niet op de items op televisie over de dreiging van hackers uit Rusland?

Veel mensen lezen bij internetberichten alleen de titel, de samenvatting en bekijken de beelden.

Er werden ook praktische tips gegeven om je lessen te verlevendigen. Het gebruik van etherpads en wiki’s als hulpmiddel om samenwerkend te leren. Het gebruik van de krant in de klas wordt ondersteund door het project ‘Nieuws in de klas’, waardoor docenten een kosteloos abonnement op verschillende nieuwsmedia kunnen krijgen. Tot slot bood een workshop van vlogger en geschiedenisleraar Stefan Rops handvatten om met de leerlingen de camera op te pakken en zo de les interessanter te maken.

De komende jaren zullen we zien hoe media een vanzelfsprekender plek in het onderwijs kan innemen. Deze dag is er voor een aantal docenten en stap in geweest. Zelf bleef me een docent bij die bijvoorbeeld graag televisieprogramma’s zou gebruiken, maar het moeilijk vond om een goede selectie te maken. Online is voldoende materiaal te vinden. Om het goed te doen zou je ook nog moeten knippen en nog mooier is het als je verschillende bronnen uit krant, televisie en wellicht games aan elkaar kunt verbinden. Het geschiedenisboek is immers ook een selectie van leerstof om in de klas te behandelen. De audiovisuele bronnen zouden daar een integraal onderdeel van moeten zijn. Het lijkt er inderdaad op alsof we aan het begin staan van het gebruik van media in de klas.