You are here:

Verslag masterclass open data #1

Dit verslag, aan de hand van Maarten Zeinstra, verscheen eerder op het Open Cultuur Data blog:

Afgelopen maandag (16 april) vond de eerste bijeenkomst van de Masterclass Open Data plaats met een bomvolle zaal open data liefhebbers uit de culturele sector. De Masterclass is bedoeld om culturele instellingen te helpen bij het open beschikbaar stellen van cultuur data en wordt georganiseerd door Creative Commons Nederland. In een serie van vijf bijeenkomsten worden hiervan verschillende aspecten besproken. De eerste bijeenkomst richtte zich op het auteursrecht. Lastige materie, maar wel essentieel voor het succesvol openstellen van data in de culturele sector.

Bouwstenen van het auteursrecht

Dr. Lucie Guibault van het Instituut voor InformatieRecht (IViR) zet in een half uur de bouwstenen van het Nederlands auteursrecht uiteen. Je hoeft niets te doen om auteursrechtelijke bescherming te krijgen, elke uiting is auteursrechtelijk beschermd mits het een eigen karakter heeft en de persoonlijke stempel van de maker draagt. De omvang en duur van het auteursrecht is vastgelegd per land. Zonder toestemming mag je niets met een werk doen. Voor Open Cultuur Data zijn er enkele relevante uitzonderingen op de Nederlandse Auteurswet. Zo is er een uitzondering voor het citeren van een werk en om een preserveringskopie te maken. Het auteursrecht is complex, gelukkig zijn er goede coaches aanwezig die vragen opvangen tijdens de masterclass.

De auteurswet is verouderd

Paul Keller, vice voorzitter van Stichting Nederland Kennisland en Public Project Lead van Creative Commons Nederland, ging verder in op deze uitzonderingen. Het Nederlands auteursrecht is verouderd. De uitzonderingen zijn gemaakt voor bibliotheken, musea en archieven om hun belangrijke functie uit te kunnen voeren, maar ze stammen uit een tijd waarin het Internet nog niet bestond. Er zijn geen nieuwe uitzonderingen in de maak waardoor veel van deze instellingen grote auteursrechtelijke problemen hebben gekregen, aldus Keller. Hierdoor zullen culturele instellingen voor elk online gebruik toestemming moeten verkrijgen.

Auteursrechtelijke bescherming is tijdelijk. Alles voor 1861 is zeker publiek domein, alles na 1941 is zeker nog auteursrechtelijk beschermd. Wanneer het werk publiek domein is, hoeft er geen toestemming verkregen te worden om het werk te verspreiden. De instelling heeft zelf de rechten verkregen, ook hier is toestemming niet nodig. Het meest voorkomende en het meest problematische is wanneer de instelling geen toestemming heeft toestemming van de rechthebbende. Je wil wel, maar je mag niets. Keller spreekt in dat verband ook wel van een “zwart gat”.

Auteursrechtenonderzoek in de praktijk

Inge Giesbers, informatiespecialist van het Rijksmuseum, vertelt hoe het Rijksmuseum deze verschillende scenario’s oppakt. Het Rijksmuseum gebruikt een speciaal ontwikkelde sectie van hun collectieregistratiesysteem AdLib. In dit rechtentabblad wordt onder anderen bijgehouden wie de maker en rechthebbende van een werk is, wanneer auteursrechtelijke bescherming verloopt en welke andere voorwaarden gelden voordat het materiaal gepubliceerd mag worden. Het tabblad is een best-practice tool die een helder overzicht biedt over welke rechten het museum beschikt.

Door helder te registreren welke rechten van toepassingen zijn op objecten in de collectie van het Rijksmuseum kunnen zij 100.000 afbeeldingen als open data aanbieden. 245.000 afbeeldingen kunnen op hun de site van het Rijkmuseum  website weergegeven worden en voor 3.000 afbeeldingen hebben zij (nog) geen toestemming verkregen om dit online te gebruiken.

De eerste bijeenkomst van de masterclass was een veelbelovende start voor het geven van een nieuwe impuls aan open cultuur data. De grote diversiteit aan musea, archieven en collectiehoudende instellingen zorgde voor veel kennis en ervaring. Wel weten we nu dat we nog een uitdagende weg te gaan hebben. Wij kijken uit naar de tweede bijeenkomst over open licenties en tools voor het open beschikbaar stellen van data.