You are here:

Signalen uit het labyrint

Onder de naam Labyrint startte het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid een debatreeks voor mediamakers. Als media-instituut vindt Beeld en Geluid het belangrijk om op neutrale grond een podium te bieden voor het bespreken van uiteenlopende en uitgesproken thema's, waar makers in hun dagelijkse praktijk mee worstelen.

Foto: Beeld en Geluid / Anna Van Kooij

Deel 1 van dit debat stond in het teken van de relevantie van 'Hilversum' anno 2019, voor de onafhankelijke maker, van oudgediende tot jonge hond. Hoe vind je je weg naar en binnen Hilversumse media? Hoe wordt bepaald of jouw idee doorgang vindt? Sprekers bij dit debat waren: Arno Dierikcx, Eefje Blankevoort, Piet-Hein van der Hoek, Manju Reijmer, Nasim Miradi, Robert Oey, Sia Hermanides, Jelle-Peter de Ruiter, Frans Klein en Gijs van Beuzekom. Dolf Jansen sprak een column uit. Moderator: Sacha Bronwasser. 

De weg in omroepland mag zich dan niet altijd even gemakkelijk laten vinden, die naar Beeld en Geluid voor de eerste Labyrint-sessie vormde geen enkel obstakel. De zaal was tot de nok toe gevuld met jonge honden én ouwe rotten. Op het podium makers die in het labyrint Hilversum als het binnenste van hun broekzak kennen, maar ook aanstormend talent voor wie de publieke omroep al lang niet meer het eerste -of het hoogste- doel vormt, met de 'aanstichter' van het geheel, journalist en programmamaker Frénk van der Linden, op de eerste rij. Moderator Sacha Bronwasser hield de discussies scherp en de sprekers bij de les, in drie blokken.

Foto: Beeld en Geluid / Anna Van Kooij

Aftrap

Regisseur Arno Dierickx verzorgde de aftrap met een column over de zorgwekkende uitkomsten van het Filmmakers initiatief. Daarin brak hij een lans voor een ontregeling van het labyrint: de film, televisie en radio professionals moeten (meer of mede) aan het roer, dus ook in de bezetting van de topposities van omroepen en fondsen. Volgens Dierickx valt het labyrint namelijk niet alleen ten nadele uit van de dolende maker, maar ook voor de omroep, die op deze manier nooit de bijzondere makers vindt die uitzonderlijke kwaliteit leveren.

Eerste blok

In het eerste blok werd de stand van Hilversum anno nu geschetst, door documentairemaker Piet Hein van der Hoek en journalist en Prospektor-producent Eefje Blankevoort. Van der Hoek bewandelde voor zijn De Stille Beving nieuwe wegen: deze samenwerking tussen lokale omroepen, de NTR, NOS en Nieuwsuur was een succes met bovendien een politieke en maatschappelijke impact. Het bewijs dat als je out of the box denkt er bij de publieke omroep meer mogelijk is dan verondersteld. Maar buiten de geijkte kaders denken heeft ook zo zijn problemen. Want bij welke netmanager of welk loket moet Van der Hoek zijn voor zijn huidige project, een hybride documentaire thriller waarin fictie en archiefmateriaal verweven zijn? Hij merkt dat die verwarrende situatie vooral demotiverend werkt voor jonge makers - de toekomst van de publieke omroep. Daarom zou er één frontdesk in Hilversum moeten worden geopend waarin alle omroepen zijn vertegenwoordigd en waar makers en producenten drempelloos ontvangen worden. Bittere noodzaak, ook voor de omroep zelf die alle zeilen bij moet zetten in de strijd om de gunst van kijker.

Foto: Beeld en Geluid / Anna Van Kooij

Eefje Blankevoort, die vijftien jaar geleden haast moeiteloos haar eerste bijdrage op tv kreeg, vindt dat de NPO-site op zich best helder uiteenzet aan jonge makers hoe, waar en bij wie je je plan moet indienen. Maar voor genre- of grensoverschrijdende projecten is het lastig - en dat terwijl crossmediaal de toekomst is, of misschien zelfs wel het heden. De mediaconsumptie van de kijker evolueert en het is zaak het niet af te leggen tegen buitenlandse superplatforms als Netflix. Jonge makers erkennen dat Hilversum nog steeds een cruciale rol te spelen heeft met haar publieksfunctie. Maar daar zijn radicale stappen voor vereist, zoals een digital first en online vooral-strategie, in plaats van het denken in de geijkte kaders en kanalen. Prospektor kiest voor grensoverschrijdende projecten niet in eerste instantie meer voor tv, maar bijvoorbeeld voor een samenwerking met een dagblad als Trouw. En dat is jammer 'want de omroep is toch de default-keuze'.

Tweede blok

Het tweede blok gaf ruimte aan een ander perspectief op de zaak. Kiezen nieuwe makers liever voor andere alternatieven of platformen in plaats van de pijlen op Hilversum te richten? Nasim Miradi van het multidisciplinaire produktiebedrijf ROSE stories en Manju Reijmer, scenarist van de succesvolle webseries Vakkenvullers en De slet van 6 VWO deelden hun ervaringen.

Nasim Miradi van ROSE stories wist makkelijker een plek in de Nederlandse theaterwereld te veroveren  (met de voorstelling Melk & Dadels) dan op de Nederlandse tv, waar diversiteit nog te vaak synoniem is voor niche. Als biculturele Nederlandse vrouw zegt ze zich beter gerepresenteerd te voelen door Netflix dan Hilversum, waardoor het gevoel ontstaat dat ze daar als maker eerder aan de bak zou kunnen komen. "De noodzaak is minstens even hoog als bij ons als maker. De BBC Radio is tien jaar geleden begonnen met het investeren in nieuwe makers. De andere koers wierp vruchten af: het is de snelst groeiende tak van de BBC, die nu meer luisteraars dan kijkers heeft. Als je dat vergelijkt met de Nederlandse situatie, dat is het omgekeerde verhaal. Los daarvan wil ik als maker, producent én als burger mezelf gerepresenteerd zien."

Foto: Beeld en Geluid / Anna Van Kooij

Nieuwe makers slaan nadrukkelijk nieuwe, avontuurlijke wegen in. Zo kreeg Manju Reijmer zijn doorbraakschrijfklus via een tweet. Zijn werk is ook nadrukkelijk anders dan wat de gevestigde orde maakt, want Reijmer houdt van een vette Amerikaanse stijl, met cliffhangers. Waarom hij 'ja' zei tegen het aanbod om voor de NPO aan een webserie te schrijven? "Omdat ik dacht: eindelijk níet voor televisie, maar voor tieners, op de plek waar die doelgroep is. Op YouTube dus". Een webserie met afleveringen van vijf minuten geeft daarbij ook enorm veel creatieve vrijheid. Volgens Reijmer moet de omroep nog wel het een en ander leren van het digitale domein. "Ik schrok van de plannen van De slet van 6 VWO, met een frequentie van een aflevering per week. Zeven dagen wachten voor vijf minuten?" De schrijver noemt dat in een tijdperk waarin Netflix een compleet seizoen in één keer beschikbaar stelt, heel diplomatiek en een bijzondere keuze.

Derde blok

Het derde blok ging om de vraag hoe zaken beter kunnen. Daar hadden Robert Oey, producent Topkapi Nonfiction, tevens documentairemaker, regisseur-scenarist Sia Hermanides, Jelle Peter de Ruiter (eindredacteur KRO-NCRV) en de twee NPO-netmanagers Gijs van Beuzekom en Frans Klein wel ideeën over. Oey beschrijft dat hij tot het besef kwam dat het huidige verzuilde omroepstelsel niet iets is waar de individuele maker mee is gediend; hij pleit voor een centraler aangestuurd systeem wat hem als producent de kans geeft om dingen op een veel hoger ambitieniveau te maken. Verder signaleert hij een tekort aan geld en een overschot aan producties, waar de kwaliteit onder lijdt.

Sia Hermanides had het als pas afgestudeerde HKU-er lastig haar weg in het labyrint te vinden. Het grote verschil werd gemaakt door producent Burny Bos, de eerste die écht naar haar idee van Voetbalmeisjes keek en haar vertrouwen gaf. Net als de AVROTROS. Haar ervaring en het feit dat ze nu geen onbekende naam meer is, maakt het verschil. Bij Voetbalmeisjes kostte vier jaar voordat ze kon gaan schrijven, maar het opzetten van haar nieuwe serie Ninja Nanny, opnieuw bij AVROTROS, ging aanzienlijk vlotter.

Foto: Beeld en Geluid / Anna Van Kooij

Jelle Peter de Ruiter voelt betrekkelijk veel vrijheid in zijn werk voor KRO-NCRV, in keuze voor makers en de ruimte voor nieuwe initiatieven. Uit eigen ervaring als maker weet hij hoe frustrerend het kan zijn om een afwijzing via een standaardzinnetje te vernemen, vandaar dat hij al 18 jaar zichzelf dwingt onder woorden te brengen waarom hij een project afwijst. Dat kost veel tijd en energie, maar is essentieel. Bovendien krijgen volhouders altijd een tweede kans. De Ruiter ziet een toekomst voor zich waarin alle verschillende genres onder de NPO-vlag vertegenwoordigd zijn, met een aantal hoofdredacteuren. En geen toekomst waar omroepen nog bezig moeten zijn met leden te winnen.

Foto: Beeld en Geluid / Anna Van Kooij

Frans Klein reageert op een van de meest geuite grieven -de onwetendheid aan de kant van de indiener op grond van welke argumenten iets wel of niet wordt geaccepteerd- met de opmerking dat sinds het vorige kabinet de toegang tot de NPO openener is geworden. De weg via de omroep is niet langer de enige mogelijkheid, want het kan nu ook via bestaande producenten. Daarvoor werd een pitchmodule ontwikkeld, waarbij voor de netmanagers transparantie een van de uitgangspunten was. "Het publiceren van onze reacties op de voorstellen, stuitte bij de vereniging van producenten op tegenstand", vanwege het risico dat projecten daarmee in het publieke domein belanden. "Ook makers gaven aan dat zij een ingediend format als hun kapitaal beschouwen, en willen voorkomen dat anderen met hun ideeën aan de haal gaan". Gijs van Beuzekom zegt er in alle gevallen naar te streven om zo transparant mogelijk te communiceren waarom iets wel of niet wordt geplaatst, maar merkt ook op dat de omroep dat niet in alle gevallen zo terugkoppelt aan de maker. En wat betreft de breed uitgesproken angstcultuur? Klein: "Ik herken dat niet".

Tot slot

Alle onduidelijkheden, zorgen en frustraties laten zich uiteraard niet in een middagje op te lossen. Frénk van der Linden komt daarop met een voorstel voor de beide  netmanagers: "Kom na de zomer met ons makers zitten en stel dan een model voor wat voor jullie werkzaam is en waarop wij kunnen reageren. Een model dat mogelijk maakt om op een betere manier samen te werken dan we op dit moment doen". Volgens Klein heeft de NPO al een soortgelijk voorstel gedaan, aan de politiek, om makers meer invloed te geven op de programmering, via een makersgroep onder leiding van een genrecoördinator of netmanager.

Tot slot een welgemeende tip van nieuwe maker Manju Reijer: een netmanager zou rechtstreekser kunnen communiceren, misschien wel via social media, om transparantie te vergroten.

Voor de weg naar de afsluitende borrel waren gelukkig geen ingewikkelde navigatiekunsten vereist. Aan de bar werd de levendige discussie nog even voortgezet.