Zomergasten Tweede Scherm 26 augustus

ARCHIVERING TWEEDE SCHERM

Op het Tweede Scherm biedt de VPRO parallel aan de uitzending van Zomergasten verdiepende informatie aan. Het is een tijdlijn met achtergronden, links, foto’s en fragmenten. Om deze ‘extra laag’ duurzaam toegankelijk te houden is Beeld en Geluid een onderzoek gestart naar de mogelijkheden voor archivering en beschikbaarstelling. Deze website, waarop de Tweede Scherm info beschikbaar blijft, is daar een onderdeel van.

Uitzending: 26 augustus 2012. Gast: Adriaan van Dis.

Alles van het Tweede Scherm
zondag 26 augustus 2012:
Adriaan van Dis

 

  • Quest for Fire
    • Make-up voor mens en dier
      • Prehistorische voorhoofden en tandprotheses
      • Bij het ochtendgloren krijgen de acteurs al tijdens het ontbijt een prehistorisch voorhoofd aangebracht. Al snel volgt het gehele masker, dat al van tevoren is beschilderd. Daarna worden drie haarstukken aangebracht op het voorhoofd, de achterkant van de schedel en aan beide zijden van de nek. Als laatste wordt de bodypainting aangebracht: verwondingen, rimpels en zelfs gezichtsuitdrukking worden vastgelegd. Vanaf zes uur ’s ochtends zit er nu al drie uur op. ’s Middags is het tijd voor lunch, de acteurs kunnen echter hun masker niet zomaar afzetten. Het kauwen op voedsel zou de make-up beschadigen. Vandaar dat ze een maaltijd van vloeibare proteïne voorgeschoteld krijgen. De acteurs lopen de hele dag op blote voeten, door water en over stenen, zelfs als het -10 °C is. ’s Avonds wordt binnen een uur alle make-up weer voorzichtig van de gezichten van de acteurs afgehaald. De dag eindigt vroeg, want het hele proces begint de volgende ochtend weer opnieuw. Ook de dieren werden getransformeerd: de tijgers krijgen een 'tandprothese' en werden zo sabeltandtijgers. Make-up artiesten Michèle Burke en Sarah Monzani wonnen voor Quest for Fire een Academy Award. Kijk hier voor afbeeldingen en meer info.
    • Terug in de tijd
      • Hoe maak je een film die speelt in de prehistorie?
      • Zoek locaties die nog onaangetast zijn door de moderne wereld. De filmmakers vonden die in Canada, Schotland, IJsland en Kenia. Biedt verder de prehistorische mens een communicatiemiddel. Voor de ontwikkeling van een speciale taal kreeg de regisseur hulp van gedragswetenschapper Desmond Morris (De Naakte Aap) en schrijver en linguïst Anthony Burgess (A Clockwork Orange). Morris ontwierp de gebaren, Burgess de taal, die gebaseerd is op de door taalkundigen gereconstrueerde oertaal Indo-Europees. Het in de film gebruikte woord voor vuur, ‘atr’, is afgeleid van het Latijnse woord ater, dat zwart betekent. Verder koos Burgess veel woorden op basis van de klank. De originele muziek voor de film is gemaakt door Philippe Sarde. In Frankrijk was de film, de verfilming van het gelijknamige boek door J.-H. Rosny, een groot succes. Meer zien? Begin jaren tachtig kwamen deze twee documentaires uit over Quest for Fire: Á Propos de “La Guerre du Feu”’ - van Michel Parbo en The Quest for Fire Adventure waarin Orson Welles vertelt over de totstandkoming van de film.
    • Keuzefilm
      • Hoe gaat het verder met de drie vuurzoekers? Blijf kijken!
      • De prehistorische mensen in de film kunnen alleen een bestaand vuur op gang houden en het niet zelf maken. Nu al het vuur gedoofd is, worden Naoh, Amoukar en Gaw, gespeeld door Everett McGill, Ron Perlman en Nicholas Kadi, op pad gestuurd om vuur te zoeken. En of ze het vinden, ziet u straks na deze uitzending: La Guerre du Feu (Jean-Jacques Annaud, 1981) is de keuzefilm van Henny Vrienten en wordt na deze uitzending in zijn geheel vertoond op Nederland 2.
  • Feuerwerk
    • Feuerwerk
      • Een musicalfilm over het circus en de liefde
      • In de romantische en komische musicalfilm ‘Feuerwerk’ (Kurt Hoffmann, 1954) komt Anna Oberholzer’s oom Obolski met zijn circus naar haar kleine dorp. Anna (gespeeld door een zestienjarige Romy Schneider) wordt gegrepen door het circus, maar de rest van het dorp is minder enthousiast. In de film speelt onder andere Lilli Palmer, die het lied ‘Oh Mein Papa’ zingt. Kijk hier voor oude kostuumontwerpen, een stuk uit het oude script en meer informatie over ‘Feuerwerk’.
    • Romy Schneider
      • Verwierf de grootste bekendheid door haar latere rol als keizerin Sissi
      • Schneider begon op haar vijftiende met acteren. Ze trad in de voetsporen van haar ouders en grootmoeder, die ook acteerden. Moeder Magda Schneider vertolkte nog de rol van hertogin Ludovika in de razend populaire Sissi-trilogie (Ernst Marischka, 1955-1956-1957) over het leven van Elisabeth (Sissi), de vrouw van de Oostenrijkse keizer Frans Joseph. Romy Schneider werkte samen met bekendheden als Orson Welles en Visconti. Privé ging het haar niet zo voor de wind: in de jaren ’70 greep ze na een scheiding naar de drugs en drank, hoewel haar carrière daar niet zichtbaar onder leed. In 1981 viel haar zoon David tijdens het spelen op een hek en overleed in het ziekenhuis. Daarover zei ze: „Ich habe den Vater begraben – Ich habe den Sohn begraben – ich habe sie beide nie verlassen und sie mich auch nicht“ (Uit het Romy Schneider Archief). Een jaar later stierf Romy Schneider op 43 jarige leeftijd. Eerst werd aan zelfmoord gedacht, later bleek ze gestorven te zijn aan een hartaanval (Algemeen Dagblad). 
    • Anna en Nietzsche
      • Een mogelijke interpretatie van Anna's droomscène
      • Een vrije interpretatie van Tweede Schermredacteur en student aan Amsterdam University College Zowi Vermeire: "Interessant is de keuze van de circusacts in deze scène: de leeuwen, de trapeze en het koorddansen. Nietzsche gebruikte vergelijkbare beelden als metaforen in zijn theorieën over de Übermensch, waarin de mens al balancerend op een touw naar een doel aan de overkant streeft. Deze weg bestaat uit drie fases: het kuddedier, de leeuw en het spelende kind, waarbij de laatste het doel is. In de eerste fase doet de mens wat iedereen om zich heen doet: hij volgt de kudde. Als leeuw verzet de mens zich tegen alles wat hij of zij tegenkomt. In de laatste fase is de mens totaal bevrijd van zijn wil zich af te zetten, of naar conformiteit met de massa te leven en speelt als een kind met de chaos van de wereld om zich heen. Een mens als spelend kind accepteert de chaos en probeert deze niet te ordenen zoals de (volgens Nietzsche) zwakke mens doet. Anna heeft in deze scène de keuze: gaat ze een zelfstandig, individualistisch leven bij het circus leven, als een leeuw die van zich afbijt, of werpt ze zich in de armen van de man, die haar zal redden en verzorgen als een klassieke prinses? Wordt ze een kritische leeuw op weg naar het vrije spelende kind, of het kuddedier? Anna wordt gered uit de leeuwenkooi, dus is het de vraag of ze in het circus als leeuw en circusact wel de beloofde vrijheid zal vinden en geen pop in de handen van haar oom wordt. In het circus wordt eveneens van haar verwacht dat ze handelt zoals het publiek van haar verwacht, dus misschien is haar keuze een illusie en kan ze, hoe dan ook, enkel kuddedier zijn."
  • Ed van der Elsken
    • Ed van der Elsken
      • Fotograaf en filmmaker
      • Ed van der Elsken (1925-1988), geboren Amsterdammer, fotografeerde en filmde zijn stad veelvuldig. Maar tijdens zijn leven maakte Van der Elsken ook veel reizen en legde zo grote delen van de wereld vast. In zijn werk is zijn eigen leven het uitgangspunt, maar spelen excentrieke en onderscheidende mensen een hoofdrol. Zo ook in Een Fotograaf Filmt Amsterdam (1982), waar Van der Elsken de focus legt op opvallend getatoeëerde passanten, junks, punkers en knappe vrouwen. Zijn filmstijl is rauw en persoonlijk; op straat worden passanten aangesproken, soms vleiend, soms bijtend direct. Zijn laatste film Bye verscheen in 1990. In dit zeer persoonlijke document laat Van der Elsken, bij wie in 1988 kanker werd geconstateerd, de periode tot kort voor zijn dood zien. Hij overleed hetzelfde jaar. Bekijk Een Fotograaf Filmt Amsterdam hier in een verkorte versie.
    • Oud Amsterdam
      • We zien het Frederiksplein en de Albert Cuypmarkt
      • Op het Frederiksplein was vroeger het Paleis voor Volksvlijt gevestigd. Na een brand in 1929 bleef alleen de galerij over. De sloop daarvan in 1961 werd door Ed van der Elsken vastgelegd. De Albert Cuypmarkt werd vernoemd naar de zeventiende-eeuwse kunstschilder Albert Jacobszoon Cuyp en bestaat al sinds 1905. Op de plek van de Albert Cuypstraat lag eind negentiende eeuw nog een sloot waaraan de molens van de Amsterdamse houtzagers stonden. Foto’s hiervan zijn te vinden in het Amsterdamse stadsarchief (zie hier). De molens moesten in 1890 wijken voor woningbouw, de tegenwoordige wijk De Pijp.
    • Mini Moke
      • Vanuit deze auto filmde Ed van der Elsken Amsterdam
      • Ed van der Elsken met zijn gezin en de Mini Moke in 1970. De auto is uiteindelijk in een boom gehangen in de tuin van de fotograaf. Beelden daarvan zijn te zien in zijn laatste film Bye (1990). © Ed van der Elsken / Nederlands Fotomuseum
    • Amsterdam nu
  • Roy Rogers
    • Under Western Stars
      • De eerste hoofdrol voor Roy Rogers
      • Het was de eerste van de 90 westernfilms die Roy Rogers (artiestennaam van Leonard Slye, 1911-1998) in ruim zeven jaar tijd voor Republic Pictures maakte. Eigenlijk zou Gene Autry de hoofdrol in Under Western Stars (Joe Kane, 1938) op zich nemen, maar door een conflict met Republic ging dat niet door. Toen Rogers hoorde dat de filmmakers een zingende cowboy zochten, spoedde hij zich naar de studio en liep – zonder afspraak – verscholen in een groep figuranten naar binnen. Producent Sol Siegel liet zijn oog op hem vallen, de rest is geschiedenis. Roy Rogers werd ongekend populair. Na de films voor Republic, maakte hij samen met zijn vrouw Dale Evans en paard Trigger tussen 1951 en 1957 de Roy Rogers Show. Later opende hij in Branson, Missouri zijn eigen museum, waar hij zelf tot op hoge leeftijd regelmatig rondliep om met zijn fans te praten. Kijktip: Documentairemaker Thys Ockersen maakte de documentaire Koning der Cowboys (1990) over Roy Rogers en interviewde hem onder andere in zijn museum.
    • Trigger
      • Op de achtergrond staat Roy’s golden palomino: 'the smartest horse in the movies'
      • Vaste medespeler in al zijn films en alle 101 afleveringen van de Roy Rogers Show was het trouwe paard Trigger. Roy was meteen onder de indruk toen hij een testrit op hem maakte voor Under Western Stars. Trigger was getraind om te reageren op aanrakingen en handbewegingen: een klopje op zijn hals van Roy was voldoende om te weten wat er van hem verwacht werd. En Trigger deed dingen die andere paarden weigerden, zoals over een rollende vaten springen, vertelt regisseur William Witney in de documentaire Roy Rogers, Koning der Cowboys (Thys Ockersen). Trigger stierf in 1965 als hoogbejaard paard. Hij werd opgezet en kreeg een ereplaats in het Roy Rogers & Dale Evans Museum in Branson, Missouri, dat de nabestaanden van Roy Rogers door financiële moeilijkheden in 2009 moesten sluiten. Trigger is na de sluiting verkocht aan een TV Station uit Nebraska voor $266,500 (meer info en een foto van Trigger in dit artikel op artdaily.org).
    • Zingende Cowboys
      • We horen 'Listen to the rhythm of the range'
      • Het nummer werd geschreven door crooner en ukelele artiest Johnny Marvin en Gene Autry (die andere zingende cowboy-acteur voor wie Under Western Stars oorspronkelijk geschreven was). Roy Rogers was al westernzanger voordat hij cowboyacteur werd: in 1933 richtte hij (toen nog als Leonard Slye) samen met Bob Nolan en Tim Spencer ‘The Sons of the Pioneers’ op. De groep, die door de jaren heen van samenstelling is veranderd, was razend populair met hun westernmuziek. Hits waren onder andere ‘Blue Prairie’ en 'Tumbling Tumbleweeds'. Kijk hier voor informatie over de huidige leden van Sons of the Pioneers, die nog steeds optreden in Branson, Missouri. Roy ‘Dusty’ Rogers junior geeft ook optredens in Branson, in de geest van Roy Rogers en zijn zingende cowboy-collega’s met zijn groep ‘The High Riders'. Veel informatie over The Sons of the Pioneers is te vinden op de website van pionierszoon Bob Nolan. The Rhythm of the Range nog eens luisteren? Klik hier.
  • Hail! Hail! Rock and Roll
    • Gibson
      • Op welke gitaar speelt Berry hier precies? We vroegen het onze Facebook-volgers
      • In Hail! Hail! Rock ‘n’ Roll (1987) volgt documentairemaker Taylor Hackford Chuck Berry tijdens de voorbereidingen voor een muzikaal evenement dat Keith Richards ter ere van zijn zestigste verjaardag organiseert. Chuck Berry speelt bijna altijd op een Gibson gitaar: een 350T, een ES-345 of een ES-355. De gitaar waarop hij in dit fragment speelt is een combinatie van de Gibson ES-355 en de Gibson Lucille (de gitaar van bluesmuzikant B.B. King). Het verschil tussen een Lucille en een ES-355, is het ontbreken van F-gaten in de klankkast. Andere spelers van de Gibson ES-355 zijn Alex Lifeson (Rush), Keith Richards (Rolling Stones) en Johnny Marr (The Smiths). Met dank aan: Roel C. Verburg, Fleur van Harmelen, André Kuijpers, Frank Orlemans, Johannes van Roijen, René Wijgh, Hay Kranen en Rob de Weerd.
    • Keith en Chuck
      • Raakten in 1981 slaags met elkaar
      • "I don't know if he knew it was me. He came by later to apologize - but he apologized to someone else," zegt Richards over het incident (Toronto Star, 27 augustus 1986). Op deze foto zijn Richards en Berry samen te zien in de jaren '60.
    • Oh Carol
      • Deze riff komt uit Chuck Berry's hit 'Oh Carol'
      • Chuck Berry, een invloedrijk rock ’n roll artiest scoorde in de jaren ‘50 en ’60 hits met ‘Roll Over Beethoven’, ‘Johnny B. Goode’ en ‘Oh Carol’, nu te horen in het fragment. In 1958 werd het nummer voor het eerst uitgebracht, zes jaar later coverden The Rolling Stones het op hun naamloze debuutalbum. Chuck Berry, 'de vader van de rock ’n roll' werd bekend met zijn duckwalk: een podiumact waarbij hij met een gestrekt been over het podium springt. De act is tegenwoordig vooral bekend door Angus Young van de rockband AC/DC, die het van Chuck Berry heeft afgekeken.
    • Johnnie Johnson
      • De pianist in wiens trio Chuck Berry zijn muzikale carrière begon
      • Johnson speelde op diverse opnames van Berry en toerde met hem tot 1973, om daarna in de vergetelheid te belanden. In 1986 werkte Johnnie Johnson als buschauffeur in St. Louis in Missouri, maar kon door de aandacht die Hail! Hail! Rock 'n' Roll hem opleverde weer aan de slag als muzikant. In 1987 verscheen zijn eerste solo-album Blue Hand Johnnie. In de jaren hierna speelde hij met diverse muzikanten en verscheen op albums van onder andere Eric Clapton, Bo Diddley en Aerosmith. In 2005 overleed Johnnie Johnson op tachtigjarige leeftijd.
  • Chet Baker
    • My Funny Valentine
      • Het lijflied van Chet Baker
      • In 1952 scoorden Chet Baker en het Gerry Mulligan Quartet (een van de belangrijkste cool jazz groepen) een enorme hit met hun uitvoering van 'My Funny Valentine'. Dit nummer verschijnt op het album ‘Dream a Little Dream’. De tekst: My funny valentine Sweet comic valentineYou make me smile with my heartYou're looks are laughableUn-photographableYet, you're my favorite work of artIs your figure less than Greek?Is your mouth a little weak?When you open it to speakAre you smart? But don't change a hair for me Not if you care for me Stay little valentine, stay Each day is Valentine’s Day. Het origineel van ‘My Funny Valentine’ stamt uit de Broadway musical 'Babes in Arms', waar Mitzi Green het lied voor het eerst op 14 april 1937 zingt. Maar het nummer verwierf zijn huidige bekendheid met de vertolkingen van - naast Baker - onder andere Frank Sinatra en Miles Davis. Klik hier voor de uitvoering van Chet Baker.
    • Chet Baker
      • Het turbulente leven van een jazztrompettist
      • Oudjaarsavond 1987, De Kroeg, Amsterdam. We zien: Chet Baker (1929-1988) - uiteraard - op trompet, George Coleman op tenorsaxofoon, Kirk Lightsey op piano, Herman Wright op de bas en Roy Brooks achter de drums. Baker groeide op met muziek: zijn vader was gitarist en speelde in lokale countrybands. Rond zijn tiende levensjaar kreeg Chet een trombone, maar in zijn jonge tienerjaren verruilde hij het in zijn ogen onhandige instrument voor de trompet. In 1953 kwam zijn eerste album uit, en vanaf 1955 combineerde hij trompetspel met zang. De jaren ’60 bracht Chet Baker vooral door in Europa. Als heroïneverslaafde raakte hij vaak in de problemen: door drugs en geweld verloor hij zijn tanden. Desondanks ging hij in de jaren ’70 (met kunstgebit) verder met muziek maken. In mei 1988 overleed Chet Baker door een val uit een raam van het Amsterdamse Prins Hendrik hotel. Tien jaar na zijn dood verscheen er een plaquette ter nagedachtenis aan hem op de gevel van het hotel (zie foto). Over het woelige leven van Chet Baker is de documentaire ‘Let’s Get Lost’ (1988) gemaakt. Voor zijn tachtigste geboortedag zond Plaats van Herinnering een nagedachtenis aan Baker uit. Op dit moment wordt gewerkt aan een film over de legendarische jazztrompettist: 'The Prince of Cool'.
    • Terugblik
      • Dit fragment was al twee keer eerder bij Zomergasten te zien
      • Jan Wolkers en Connie Palmen lieten in Zomergasten beiden hetzelfde fragment uit Atlantis zien. Jan Wolkers als bewonderaar van Chet Baker: hij zegt dat in zijn boeken ook vaak personen terugkomen die op eenzelfde manier ten onder gaan. Connie Palmen, Zomergast in 1996, sprak naar aanleiding van het fragment over de consequenties van roem.
    • Maloe Melo
      • Zo heet De Kroeg tegenwoordig
  • Into Great Silence
    • Into Great Silence
      • Documentairemaker Philip Gröning bracht zes maanden door in het Kartuizerklooster La Grande Chartreuse
      • Gröning moest 16 jaar wachten op toestemming om in La Grande Chartreuse te mogen filmen. Het klooster eiste bovendien dat hij het leefritme van de monniken volledig zou volgen. Gröning mocht tijdens het filmen geen kunstlicht gebruiken, geen technische crew meebrengen, niemand interviewen en geen achtergrondmuziek gebruiken. In het begin vond de regisseur het moeilijk om zonder enige vorm van afleiding te leven, vertelde hij in een video-interview op de website van de RKK. Later begon hij zich thuis te voelen, zelfs meer dan in de 'buitenwereld': er heerst een groot gemeenschapsgevoel in het klooster en iedereen leeft in dezelfde geest en energie. De stilte en eenzaamheid hebben een grote invloed op je zintuigen: alles is helderder. Gröning ervoer een grote 'vreugde om het wonder van het leven'. Eenmaal terug in Berlijn viel hem op dat veel mensen in onze maatschappij in angst leven. De monniken in het klooster kenden geen angst. Het gevoel om nergens bang voor te hoeven zijn, ook niet voor de dood, is Gröning na zijn verblijf bij de kartuizers bijgebleven.
    • Marcellin Theeuwes
      • De Nederlandse prior van la Grande Chartreuse
      • Dat Grönings film er uiteindelijk kon komen, is volgens journalist Joost Reijnders te danken aan Dom Marcellin Theeuwes. Reijnders, een achterneef van de prior, verbleef zelf enige tijd in het klooster en schreef daarover het boek Een reis in stilte. De tweede schermredactie vertelde hij: 'Theeuwes staat wat meer open voor buitenstaanders dan sommige van zijn voorgangers. Omdat hij weet dat de buitenwereld erg geïnteresseerd is in hoe de kartuizers leven, heeft hij tijdens mijn verblijf zelf een fotograaf uitgenodigd.' Dom Marcellin Theeuwes (geboren als Jac Theeuwes in het Noord-Brabandtse Rijen, op zijn 12e ingetreden bij een cisterciënzer klooster in Nieuwkuijk) is de vierde Nederlandse prior van la Grande Chartreuse (de derde stierf in 1546). Daarmee is hij de generaal-overste van de gehele kartuizer orde. 'Bij de kartuizers moet die steeds voor twee jaar worden gekozen, daarna vraagt hij of hij weer mag terugkeren naar de eenzaamheid. Dom Marcellin is inmiddels 77, dus wellicht mag hij na deze termijn weer terug naar zijn leven in stilte,' zegt Reijnders. Dom Marcellin werd geboren als Jac Theeuwes in het Noord-Brabandtse Rijen, en trad op zijn 12e in bij een cisterciënzer klooster in Nieuwkuijk. Lees het volledige interview van de Tweede Schermredactie met Joost Reijnders op onze website. Bekijk hier een aflevering van Kruispunt (RKK, 21 oktober 2007) over la Grande Chartreuse, met interviews met Philip Gröning en Marcellin Theeuwes.
    • De kartuizers
      • Staan bekend als de strengste kloosterorde ter wereld
      • Ze zonderen zich af in de natuur en betrachten 18 uur per dag stilte. Door in zichzelf af te dalen en te leven in stilte en eenzaamheid, proberen ze zo dicht mogelijk bij God te komen. 'Voor het leven dat zij leiden is grote wilskracht nodig,' zei Joost Reijnders. 'De mensen die daar zitten, moet je vergelijken met de top 10 marathonlopers van de wereld.' Maar het zijn geen zonderlingen, benadrukt hij: 'Je ziet het niet zo terug in 'Into Great Silence', maar de monniken zijn ook hele gewone mensen die goed begrijpen dat je nooit honderd procent kluizenaar kunt zijn. Je bent als mens een sociaal wezen met behoefte aan contact, daarom hebben ze ook een wekelijkse verplichte wandeling en gebruiken ze op zondag samen de maaltijd.' Kijk op onze website voor het hele interview met Joost Reijnders, en de dagindeling van de kartuizer monniken. La Grande Chartreuse, gelegen in het Massif de la Chartreuse in de Franse Alpen, is het moederklooster van de kartuizers. De heilige Bruno van Keulen stichtte de orde in 1084. Wereldwijd zijn er 24 kartuizerkloosters, met daarin zo'n 350 kartuizers en 70 kartuizerinnen. Het laatste Nederlandse kartuizerklooster 'Onze Lieve Vrouwe van Bethlehem' stond in Roermond en werd in 1783 gesloten.
    • Monnikenwerk
      • De likeur Chartreuse is de belangrijkste bron van inkomsten voor de kartuizers
      • De monniken van la Grande Chartreuse onderhouden zichzelf door likeur te stoken: Chartreuse, bereid met meer dan 130 soorten kruiden en planten, in de varianten groen (55%) en het iets zoetere geel (40%). Het 'elixer' wordt al sinds 1737 volgens geheim recept gestookt. De likeur sloeg in de negentiende eeuw goed aan, en niet bij de eerste de beste: 'Zo had de ontdekkingsreiziger Stanley altijd de vermeend geneeskrachtige kartuizerdrank in zijn bagage op zijn reizen door Afrika. Het verhaal gaat dat Stanley verzekerde dat de chartreuse hem en anderen in zijn gezelschap verschillende keren het leven had gered,' schrijft Joost Reijnders in Een reis in stilte. 'Door de eeuwen heen leefden de kartuizers van het typische monnikenwerk', aldus Reijnders. In vroeger tijden verdienden de kartuizers de kost door boeken te kopiëren en te drukken en met siersmederij. Dat laatste deden ze niet onverdienstelijk: 'De kartuizers wonnen in het massief van de Grand Som hoogwaardig ijzererts dat in hun eigen hoogoven werd gesmolten. Dankzij de hoge kwaliteit van het ijzer en het smeedwerk behoorden de kartuizers tot de belangrijkste meestersmeden in het toenmalige Europa. Aan het smeedwerk kwam een einde in 1793, als gevolg van de vervolging na de Franse Revolutie.'
  • Tyger Tyger
    • Meer weten?
      • Over William Blake en zijn werk
      • Meer weten over de schrijver, dichter, tekenaar, schilder en graveur William Blake? Zeer uitgebreide informatie en zijn complete werken (proza en poëzie) zijn te vinden in The William Blake Archive  Portret: Thomas Phillips [Public domain], via Wikimedia Commons
    • Christopher Burstall
      • Maakte met 'Tyger, Tyger' de eerste documentaire over een enkel kunstwerk
      • Documentairemaker Christopher Burstall (1932-2009) vond met 'Tyger, Tyger' een nieuw genre uit: 'Zijn vroege BBC 1 Omnibus film Tyger Tyger (1967) werd een van de invloedrijkste kunstdocumentaires op televisie. [...] Burstall koos er voor om zich te concentreren op een enkel gedicht, Tyger Tyger. Hij filmde experts, enthousiastelingen, schoolkinderen, en zelfs een taxidermist die zo'n beest had opgezet, die het gedicht reciteerden, analyseerden en relateerden aan hun eigen leven en ervaring. De film werd een vakkundig samengesteld mozaïek van voordrachten, commentaar en illustratie. Burstall had een genre uitgevonden, het lange documentaire-essay over een individueel kunstwerk.' (Bron: The Guardian) 'Tyger, Tyger' was de tweede uitzending ooit van de succesvolle BBC-documentairereeks Omnibus die liep van 1967-2003.
    • Tyger, Tyger
      • Waarom is juist 'The Tyger' zo'n populair gedicht?
      • Veel mensen kennen het gedicht via het onderwijs,' zegt Dr. Paul Franssen, universitair docent Engelse Letterkunde aan de Universiteit Utrecht. Hij behandelt 'The Tyger' altijd in het eerste jaar van de opleiding. 'Maar dat is niet de enige reden. Het gedicht spreekt velen aan omdat het een fundamentele vraag stelt: als er een almachtige God is, hoe kan er dan zoveel ellende in de wereld zijn? Blake heeft deze vraag bovendien verpakt in herkenbare symboliek. De beeldspraak is nachtmerrie-achtig, maar ook Blake's bewondering voor de duivelse energie van de tijger klinkt in het gedicht door. Dit alles maakt het gedicht aangrijpend, het roept bij veel mensen emoties en vragen op.’ Lees het hele interview met Paul Franssen op de website van Zomergasten. Hieronder de Nederlandse vertaling van het gedicht. De TijgerTijger! Tijger! vlammenvuurIn het bos van ’t nachtlijk uurWelk onsterflijk oog of wieOntwierp uw wilde symmetrie?Door welk vuur in lucht of trogZijn uw ogen ooit gewrocht?Naar welk zwerk durft hij te gaan?Welke hand pakt vlammen aan?Wat voor schouder, zo apart,Vervlocht de spieren van uw hart?Wat nu uw hart zo kloppen doet –Wat een hand! En wat een voet!Wat voor moker kon het zijn?Wat voor oven borg uw brein?Wat voor aambeeld? Wat voor tangHield uw schrikbeeld in bedwang?Elke ster wierp met zijn speerAls hemelwater tranen neer,Maar keek hij toen met een lachToen hij u naast zijn Lam bezag?Tijger! Tijger! vlammenvuurIn het bos van ’t nachtlijk uurWelk onsterflijk oog of wieWeerstond uw wilde symmetrie?- William Blake (vertaling: Erik Bindervoet)
    • Robert Graves
      • Vond dat het beter kon en schreef een eigen versie van 'The Tyger'
      • De Engelse auteur Robert Graves (1895-1985, bekend van o.a. I, Claudius) werd geïnterviewd voor 'Tyger, Tyger', en schreef naar aanleiding daarvan het essay 'Tyger, Tyger': Christopher Birstall [sic], a T.V. interviewer from B.B.C., visited my Majorcan home last year to cross-examine me on why people felt so strongly about Blake’s Tyger, Tyger. Later it proved that the main object of his programme had been to ask school children the same question; so that my more detailed answer was cut to a couple of minutes. I never watched the performance, but a taperecord remained, and after excising my uhs, ahems, coughs and aposiopesis (the polite rhetorical term for failing to end a sentence) I found that I had said, or meant, more or less as follows. (Bron: 'Tyger, Tyger - An Essay', Poet Lore, 63:3 (1968:Autumn), p. 277). Graves maakt vervolgens bezwaar tegen het grammaticagebruik van Wiliam Blake, en betoogt dat de dichter schizofreen moet zijn geweest toen hij 'The Tyger' schreef. Vergelijk hier de gedichten van Robert Graves en William Blake, en lees de reactie van Dr. Paul Franssen op het essay van Robert Graves in dit interview op de website van Zomergasten.
  • Bastet Couperus
    • Frédéric Bastet
      • Bastets biografie zorgde voor een herwaardering van Couperus’ oeuvre
      • In 2005 ontving Frédéric Bastet (1926-2008) de P.C. Hooft-prijs voor zijn essayistische oeuvre. In het dankwoord refereerde hij aan het filmpje dat hij hier bekijkt: ‘Couperus is werkelijk weer voor ons gaan leven en de Couperistiek neemt intussen een hoge vlucht.’ Bastet publiceerde in 1987 zijn levenswerk: Louis Couperus, een biografie. Het was zijn oma die hem in aanraking bracht met de Haagse auteur. Haar enthousiasme over De Stille Kracht werkte zo aanstekelijk dat Bastet het hele oeuvre van Couperus las, toen hij in de Tweede Wereldoorlog ondergedoken zat in zijn ouderlijk huis wegens weigering van de Arbeitseinsatz: “Couperus hielp mij de oorlog door,” vertelde Bastet in 2001 aan de Volkskrant. “'Ik herinner me nog de verbazing: wat is dit een groot schrijver! En vooral: waarom wéét niemand dat? Want dat werd je op school niet verteld. ''Eline Vere, zedenroman'', stond er in de boekenlijst. Nou, dacht ik, dát hoef ik dus niet te lezen”. Lees bij de Digitale Bibliotheek der Nederlandse Letteren een artikel over Bastet’s biografie van taalkundige Maarten Klein.
    • Rayke Verhoeven
      • De maakster van het item, zelf Couperus-fan
      • Het beeldmateriaal van Louis Couperus werd terug gevonden in het Rijksarchief door Nico Brederoo, destijds bijzonder hoogleraar filmwetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Het VPRO Kunstprogramma Atlantis werd hiervan op de hoogte gesteld. Maker van het item is Rayke Verhoeven: 'Ik wilde het graag maken, omdat ik zelf een Couperus-liefhebber ben en erg benieuwd was naar de reactie van Frédéric Bastet bij het bekijken van het materiaal. Daarop heb ik hem benaderd om te vragen of hij wilde wachten met het kijken', vertelde Verhoeven de Tweede Schermredactie. 'Hij vond het geen probleem. Hij had toch al zo lang moeten wachten, daar konden nog wel twee weken bij, zei hij'. Rayke Verhoeven is tevens cineaste. Ze kreeg bekendheid door haar korte film Boeuf Bourguignon waarvoor ze in 1990 de Willy Mullensprijs (vernoemd naar Willy Mullens). Tegenwoordig verhuurt ze roeibootjes in Den Haag, maakt ze korte films en tentoonstellingen, en is ze bezig met een scenario van een speelfilm over de Tsunami in Sri Lanka. Een film over vriendschap en de ontwikkeling van vriendschap en een aanklacht aan de NGO’s, waarvoor ze nog een producent zoekt.
  • Haanstra Rembrandt
    • Rembrandt, schilder van de mens
      • We zien Rembrandt ouder worden in negen in elkaar overvloeiende zelfportretten
      • Bert Haanstra nam foto’s van de zelfportretten en maakte hier diapositieven van die hij op film zette. Deze film kon hij in een kader zetten van een speciale Technicolor-camera. Door hier een lampje achter te zetten, scheen het beeld op het schilderij en kon hij de ogen van het schilderij op de goede plek in het kader krijgen. Dit proces duurde acht uur per schilderij. Bert Haanstra maakte Rembrandt, schilder van de mens tussen 1956 en 1957 in opdracht van het ministerie van Onderwijs Kunst en Wetenschap. Omdat de juiste weergave van de kleuren van de schilderijen een groot obstakel was, riep Haanstra de hulp in van de Britse cameraman Stanley Sayer die gespecialiseerd was in Technicolor. Voor het project bracht de filmmaker bezoeken aan musea in Amsterdam, Rotterdam, Kassel, Dresden, Wenen, Frankfurt, Parijs en Londen; en aan diverse particulieren met een zelfportret van Rembrandt boven de bank. Omdat de opnames het publiek niet mochten storen in hun museumbezoek, werd er voornamelijk ’s nachts gefilmd.
    • Tachtig
      • Zoveel zelfportretten maakte Rembrandt ongeveer gedurende zijn leven
      • Omdat Rembrandt van Rijn de portretten van zijn klanten niet kon gebruiken om te experimenteren, nam hij zichzelf regelmatig als object van studie. Hij bestudeerde zo gezichtsuitdrukkingen en oefende op licht-donkercontrasten . Meer weten over de werkwijze van Haanstra? Bekijk hier een uitzending van Het Uur van de Wolf over Bert Haanstra, waarin hij ook vertelt over Rembrandt. En lees hier het proefschrift van Hans Schoots (Universiteit van Amsterdam) over Bert Haanstra.
  • Once upon a time in the west
    • C'era una volta il West
      • Spaghettiwestern met een vleugje paëlla
      • Sergio Leone (1929-1989) ontwikkelde Met Per un pugno di dollari (1964), Il buono, il brutto, il cattivo (1966) en C'era una volta il West (1968) een nieuw filmgenre: de spaghettiwestern. Deze films werden met weinig geld door Italianen gemaakt en in Spanje gefilmd, waardoor ook wel van paëllawesterns wordt gesproken. Van C'era una volta il West werd alleen deze openingsscène in het Spaanse plaatsje Guadix gefilmd, de rest van de film in Monument Valley in Utah (Verenigde Staten).
    • Al Mulock
      • Verliet de set onder ongelukkige omstandigheden
      • We zien Al Mulock. De drugsverslaafde acteur deed tijdens de opnames een zelfmoordpoging. Nadat hij niet op tijd aan een nieuwe dosis kon komen, sprong hij in wanhoop van het dak van een gebouw met zijn filmkostuum nog aan. Toen Sergio Leone het nieuws hoorde gaf hij allereerst opdracht het kostuum in veiligheid te brengen, voordat Mulock van medische hulp werd voorzien. De acteur overleed pas in de auto van de producent, onderweg naar het ziekenhuis: de weg hiernaartoe was zo hobbelig dat een gebroken rib een van zijn longen had doorboord. Al Mulock werd 41 jaar. De andere acteurs in de openingsscène zijn Jack Elam en Woody Strode.
    • Snakey
      • Jack Elam en de vlieg
      • Dit is Snakey (Jack Elam). Voor de scène werd eerst een nepvlieg gebruikt, maar toen dit niet werkte, werd Elams baard ingesmeerd met jam om echte vliegen aan te trekken. Karakteristiek voor acteur Elam is zijn loensende linkeroog, waaraan hij als kind blind raakte. Ogen waren heel belangrijk voor Sergio Leone. In zijn films gebruikte hij vaak extreme close-ups van ogen, omdat je volgens hem in ogen alles kunt lezen over een persoon. Deze scène met de vlieg wordt nog altijd bediscussieerd. Zo zijn er mensen die stellen dat de scène niets te maken heeft met de rest van de film en de scène als een ludieke actie van de regisseur beschouwen. Anderen zien de scène als schets van het moordlustige karakter van Snakey.
    • Carlo Simi
      • Ontwierp de set en de kostuums van C'era una volta il West
      • De Italiaanse ontwerper en architect ontwierp al eerder sets voor films van Sergio Leone waaronder die van Per qualche dollaro in più (1965). Deze set is vandaag de dag nog steeds te bezoeken in het park Mini Hollywood in het Spaanse Andalusië. In het boek Film Theory (2010) stellen filmonderzoekers Thomas Elsaesser en Malte Hagener dat de kostuums en props uit C'era una volta il West een eigen leven zijn gaan leiden, net als bepaalde quotes en fragmenten uit de film. Als voorbeeld geven ze de lange jassen van de karakters die regelmatig opduiken als modeaccessoire. Carlo Simi heeft dus niet alleen de mise-en-scène van de spaghettiwestern meebepaald, zijn ontwerpen zijn onderdeel geworden van de populaire cultuur. Carlo Simi overleed in 2000.
  • Inuit en Baka
    • Throat Singing
      • Uitgevoerd door Alasi Tullaugaq en Nelly Nungaq
      • De Inuit-vrouwen komen uit Puvirnituq in Nunavik – een plaats aan de Canadese Hudson Bay. Hun zangtechniek heeft verschillende namen, maar wordt vaak aangeduid met de overkoepelende term 'throat singing' of katajjaq. Het is een vocaal spel dat meestal door vrouwen wordt gespeeld. Hoewel het genre een speels karakter heeft, zijn de duur en de kwaliteit van de geluiden die worden gemaakt zeer waardevol. In het spel maakt de ene zanger een ritme en vult de ander zanger de stiltes op. Er wordt gebruik gemaakt van vaste basisteksten en het spel gaat net zo lang door tot een van de spelers moet lachen of buiten adem raakt. (Uit: Some Aspects of Inuit Vocal Games door Jean-Jacques Nattiez). De Inuit-vrouwen traden hier op in het programma Reiziger in Muziek: neem ook eens een kijkje in het Han Reiziger archief .
    • Baka: people of the rainforest
      • Documentairemaker Phil Agland bracht in de jaren '80 twee jaar door bij de Baka's
      • Phil Agland filmde het dagelijks leven van de Baka: semi-nomadische jagers die leven in Kameroen. Op deze website van de antropoloog Luis Devin is veel informatie, beeld- en geluidsmateriaal te vinden over de Baka (en andere pygmeeën-stammen) en hun levenswijze. Agland volgde voornamelijk één Baka-gezin: Likano, een man van in de veertig, zijn jonge vrouw Deni en hun zoontje Ali. De regisseur maakte de documentaire in 1987 voor Channel 4. In 1988 won de film de Royal Anthropological Institute Film Prize, en Phil Agland kreeg een BAFTA award voor zijn camerawerk, waarvoor hij regelmatig een boom in klom (zie foto). Foto: © Phil Agland / WildFilmHistory
    • Camera
      • De Baka-baby van eind jaren '80 die Agland 25 jaar later opnieuw opzocht
      • Aan het einde van de opnames voor 'Baka: People of the rainforest' beviel Deni van een baby: Camera, vernoemd naar het instrument dat Agland had gebruikt om hun leven mee vast te leggen. Vijfentwintig jaar later ging hij terug naar de Baka's om Camera en haar gezin te volgen, en om de eerste documentaire aan de inmiddels volwassen kinderen van toen te laten zien. In de tussentijd is er veel veranderd: hun leefgebied is deels overgenomen door multinationals, en alcohol is tegenwoordig een probleem in de Baka-gemeenschap. Phil Agland vertelt in deze radio-uitzending van de BBC over zijn relatie met de Baka's, hoe zij tegen de films van Agland aankijken en over zijn schok toen hij zag hoeveel van hun cultuur sinds de jaren '80 is verdwenen. Bekijk hier een fragment uit Agland's vervolgfilm. Foto: Phil Agland tijdens de opnames voor Baka: People of the rainforest - © Phil Agland / WildFilmHistory
    • Muziek en dans
      • Essentiële onderdelen van de Baka-cultuur
      • De muzikale traditie is al erg oud. Er zijn Egyptische bronnen uit 1300 voor Christus, waarin bewonderend wordt geschreven over de polyritmische muziek van Pygmeeën, volgens een artikel uit HP/De Tijd (9 augustus 2004). En de traditie leeft voort: Baka Beyond is een Afro-Keltische danceband, geïnspireerd door de muziek van het regenwoud. De Britse muzikanten Martin Cradick en Su Hart richtten de band op nadat ze zes weken bij Baka uit het dorpje Banana in Kameroen verbleven. Ze namen met Baka Beyond ook muziek op met de Baka uit Banana, en touren ook samen met de Baka muzikantengroep Baka Gbiné. Cradick en Baka Gbiné bouwden samen het 'Mongolu Music House', waar ze de CD 'Gati Bongo' opnamen in een studio, powered by zonne-energie en een autobatterij. Beluister hier de CD 'Baka in de Forest', met traditionele jodelzang door Baka-vrouwen, en kijk hier voor meer informatie over de samenwerking tussen Baka Beyond en Baka Gbiné.
  • Coco Chanel en Igor Stravinsky
    • Het Diner
      • Wie zitten er aan tafel?
      • Het geld van de ‘anonieme’ deal van 200.000 Frank die in dit fragment tijdens een diner met vrienden besproken wordt, komt in 1920 van Coco Chanel, die als gastvrouw aan het hoofd van de tafel zit. De cheque is bedoeld voor een comeback van Stravinsky’s beroemde muziekstuk ‘Le Sacre du Printemps’. De man met de blonde pluk die dit geld ontvangt is de Russische impresario Sergej Diaghilev. Coco Chanel ontmoette hem toen ze haar vriendin en pianiste Misia Sert, die eveneens aan tafel zit (rode haren, donkerblauwe jurk), vergezelde op haar huwelijksreis. Monsieur Massine, die tot woede van Stravinsky met Coco flirt, is de nieuwe hoofddanser van Sergej Diaghilev, die in de comeback van ‘Le Sacre du Printemps’ zal dansen. Andere aanwezigen zijn Dimitri Pavlovitsj, met wie Chanel na het verbreken van de affaire met Stravinsky in 1921 een affaire begint, en Katerina Nossenko (‘Katia’), nichtje, vrouw en belangrijkste criticus en partituurschrijfster van Igor Stravinsky. Katerina leidt aan tuberculose, wat haar ongezonde verschijning in deze film verklaart.
    • Coco & Igor: The Movie
      • Regisseur Jan Kounen kreeg hulp van Karl Lagerfield en Maison Chanel
      • Regisseur Jan Kounen kreeg voor ‘Coco Chanel & Igor Stravinsky’ (2010) hulp van Karl Lagerfield en Maison Chanel om Coco Chanel opnieuw tot leven te roepen. De modegoeroes adviseerden hem over kleding en gedrag van Chanel. Daarnaast kregen de filmmakers een kijkje in haar persoonlijke garderobe, en Karl Lagerfield ontwierp zelfs speciaal een jurk voor de film. Anna Mouglalis vertolkt de rol van Coco Chanel. Igor Stravinsky wordt gespeeld door de Deen Mads Mikkelsen. Kort voor deze film kwam ook ‘Coco avant Chanel’ van Anne Fontaine, uit, met Audrey Tautou als de jonge Coco Chanel.
    • Mode en muziek
      • De roerige carrières van Coco Chanel en Igor Stravinsky
      • De bijnaam Coco dankt Gabrielle Bonheur Chanel (1883 – 1971) aan haar kleine succes als zangeres met het lied ‘Qui qu’à vu Coco dans le Trocadero’ van Elise Faure. Als bedenker van de ‘little black dress’ en de garçonne look, veroverde ze met haar comfortabele doch chique kledingstijl de mode-industrie. Vogue omschreef haar stijl als volgt: “[it] has everything to do with elegance, but is based on elements alien to elegance – comfort, ease, and common sense.” (citaat uit: Mary Davis, ‘Chanel, Stravinsky and Musical Chic’, 2006). In 1913 kwam Chanel voor het eerst in aanraking met Igor Stravinsky (1882-1971) tijdens de première van ‘Le Sacre du Printemps’. Stravinsky, toen 30 jaar oud, luidde met dit muziekstuk het modernisme in. De première zorgde voor nogal wat tumult in de Parijse zaal: het zou echter kunnen dat deze onrust is opgezet door Sergej Diaghilev, de organisator. Bronnen spreken zichzelf tegen over wat er precies deze avond gebeurde. Lees en download hier meer informatie over Stravinsky en ‘Le Sacre du Printemps’.
    • De Affaire
      • Passie en spanningen, terwijl de zieke Katerina lijdzaam toekijkt
      • Tijdens de Eerste Wereldoorlog gaat het minder goed met Stravinsky’s carrière. Dit in tegenstelling tot de florerende zaken van Chanel. Op zoek naar een huis in Parijs, belandt hij met zijn vrouw Katerina Nossenko en kinderen bij Chanel op de stoep. Daar bloeit de, in de film beschreven, affaire tussen Coco en Igor al snel op. Chanel biechtte hun geheime relatie op aan Paul Morand: een Franse journalist en vertrouweling van Chanel. Hij publiceerde dit interview 30 jaar later, na de dood van beide artiesten. Vera de Bosset, dan weduwe van Stravinsky, weerlegt echter veel van de uitspraken die Chanel in dit interview doet. Ze bestempelt het als “the bragging of her late-in-life memory of it” (citaat uit: Mary Davis, ‘Chanel, Stravinsky and Musical Chic’, 2006). Stravinsky begon een affaire met Vera de Bosset in 1921, trouwde met haar in 1940, na de dood van Katerina. De film waar dit fragment uit komt is gebaseerd op het boek ‘Coco and Igor’ (2002) van Chris Greenhalgh. Greenhalgh schreef ook het script voor de film. Over de hoofdpersonages zegt hij: It turned out they lived almost exactly parallel lives. Stravinsky died at the age of 88, while Chanel died in her 87th year. This struck a chord because I knew there were 88 keys on a piano keyboard. And I liked the parallel of the senses, too – music and perfume, and the connection of black and white motifs – the black and white of the piano and the black and white of Chanel’s designs.(uit de press kit van Coco Chanel & Igor Stravinsky). Als Katerina de tafel verlaat, begint ze met het schrijven van een afscheidsbrief aan Igor Stravinsky.
    • Villa Bel Respiro
      • Chanel's woning werd gereconstrueerd voor deze film
      • Toen Coco Chanel in 1920 naar de art nouveau villa Bel Respiro in Garches verhuisde, maakte ze de muren roze en de raamluiken zwart, tot verbazing van de buren. Al snel kreeg het huis de bijnaam ‘Coconut’. Regisseur Jan Kounen over de reconstructie van de villa: 'Marie-Hélène Sulmoni, our set designer and her team decorated a villa entirely. We chose a larger house than the real ‘Bel Respiro’ to allow us more space to work. For me, his music is an extension of Igor Stravinsky and her house an extension of Coco Chanel.' De geur Bel Respiro van Chanel is vernoemd naar deze villa, waar ze overigens werkte aan haar allereerste parfum: Chanel °5 (de vijfde parfum uit een reeks tests).
  • Pjeero Roobjee
    • Het Archief
      • Ter Bevordering Van de Spraakverwarring Der Eenentwintigste Eeuw
      • Over zijn bewaarzucht: "Ik leef niet in deze tijd, ik leef er tegen", verzucht Roobjee.[...] Alleen te midden van boeken en archiefstukken, pennen en schrijfpapier, "omringd door mijn goedjongstige demonen", kan hij goed ademen. 'Op het vergeelde behang heeft zijn vrouw Leentje ooit met twee toetsen verf aangegeven hoe ze de eetkamer binnenkort wil gaan stofferen. Roobjee greep in: het vooroorlogse behang, dat al enigszins afbladdert, maakt net als zijn vreemde woordenschat, deel uit van zijn schrijverswereld. Het mag niet weg, zoals ook de duizenden paperassen uit zijn grote Archief Ter Bevordering Van De Spraakverwarring Der Eenentwintigste Eeuw. Al jaren bewaart Roobjee alles, van souvenirs tot oud papier. Toen hij een tijd geleden verhuisde, deed hij een en ander weg, maar "veel van wat ik overdag buiten aan de deur zette, haalde ik 's nachts weer naar binnen".' 'Hij is een "bewaarder van woorden", een conservator van een tijd die voorbij is. "Het is altijd zo geweest, ik probeer datgene te redden wat dreigt te verdwijnen. Waarom zit ik hier in dit decor? Dat is mijn gebied, het is mijn materiaal".' (de Volkskrant, 7 november 2008 ) Schilderij: Graaf Giovanni Suardo en zijn trouwe dienstknecht, omringd door rijkelijk ontbijt, trouwe hond, vrouwelijk been, enkele roobjee-simbolen, enzo, 1968, olie op doek, 200 x 150 cm (Uit: Johan Pas, Pjeroo Roobjee, een abc, Lannoo 2006)
    • Doorbraak
      • Zal Pjeroo ooit de eeuwige roem bereiken vanuit Ellezelles?
      • Roobjee woont in het Belgische Ellezelles, in de landelijk gelegen voormalige directeurswoning van een oude fabriek. In het naastgelegen fabrieksgebouw heeft hij zijn schildersatelier en 'eenzame, wakke schrijversiglo' (aldus Roobjee in de Volkskrant op 7 november 2008). Zijn afgelegen woonplaats zou volgens Guido Lauwaert weleens de reden kunnen zijn dat Roobjee relatief onbekend is gebleven: Waarom, waarom is Pjeroo nooit doorgebroken? Waarom haalt een roman hooguit een tweede druk, verkoopt zijn beeldend werk mondjesmaat en wordt zijn toneelwerk slechts opgevoerd door bevriende tot sympathiserende gezelschappen? De enige verklaring, lijkt me, is dat Pjeroo gekozen heeft voor de eenzaamheid van de Vlaamse Ardennen. Om er te leven, te schrijven en te schilderen. Ten bate van de kassa is het niet de geschikte plaats. Jammer, maar zo is het nu eenmaal. In ons taalgebied is er maar een literaire stad, Amsterdam. [...] Zal Pjeroo ooit de eeuwige roem bereiken? Dat weet ik niet, maar ik gun het hem, uit de grond van mijn nieuw hart. Want ik schat hem als beeldend kunstenaar hoger in dan Karel Appel en als schrijver net onder James Joyce. (Guido Lauwaert, Tijd Nieuwslijn, 12 september 2001). Helemaal miskend als artiest is Roobjee niet: zo heeft een van zijn schilderijen een plekje verworven in het Vlaams Parlement en zijn er boeken uitgegeven over hem en zijn werk. Schilderij: Mijn God, ik vrees dat ik het ene meesterwerk na het andere aan het scheppen ben!, 1987, olie op doek, 180 x 123 cm (Uit: Johan Pas, Pjeroo Roobjee, een abc, Lannoo 2006)
  • De Wording
    • De Wording van Cherry Duyns
      • De documentaire voor Beatrix over vijf kunstenaars en hun werk
      • Documentairemaker Cherry Duyns volgde voor 'De Wording' (1988) vijf kunstenaars tijdens het creatieproces van een kunstwerk. In de documentaire, het nationale geschenk ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van Beatrix, zijn Hans van Manen, Carel Visser, Reinbert de Leeuw, Armando en Ida Gerhardt aan het werk te zien. Duyns begon zijn televisiecarrière bij het verborgen camera-programma ‘Poets’ van de AVRO. en in de jaren ’70 komt hij bij de VPRO terecht waar hij in 1992 als eindredacteur vertrekt. Daarna sloeg hij een nieuw pad in als documentairemaker. Voor De Wording ontving Cherry Duyns een Gouden Kalf. Lees hier een interview met Duyns, en hier een doctoraalscriptie over zijn werk.
  • TS Eliot
    • The Four Quartets
      • 'Langs de diepten van zelfbedrog en wanhoop'
      • Eliot's laatste epische gedicht 'Four Quartets' (1943) bestaat uit vier gedichten: 'Burnt Norton' (1935) , 'East Coker' (1940) 'The Dry Salvages' (1941) en 'Little Gidding' (1942). Eliot leest hier voor uit het tweede deel van het vierde kwartet. De Nederlandse vertaling: Duikend breekt de duif de lucht Een vlam van gloeiende terreur Haar tongen brengen vrijspraak mee Van dwaling en van zonde De enige hoop en zoniet wanhoop Ligt in de keuze van welk vuur Door vuur verlost van vuur Wie toch beraamde dit torment? Liefde Liefde is de ongewone Naam Achter de handen die weefden Het ondragelijke kleed van vuur Dat door geen mens kan worden uitgedaan We leven maar, we zuchten maar Verteerd door vuur of vuur (Vertaling: Herman Servotte) Elk gedicht correspondeert met een van de vier elementen en is genoemd naar een plaats (Eliot's as is begraven op de begraafplaats van East Coker: het plaatsje heeft daarom bij UNESCO de werelderfgoedstatus aangevraagd). Four Quartets eindigt op positieve toon: "All is well and all manner of things shall be well, when the tongues of the flame are in-folded into the crowned knot of fire and the fire and the rose are one." 'Maar voordat Eliot zelf op deze optimistische toon kan eindigen, heeft hij de lezer meegenomen langs de diepten van zelfbedrog, falen, wanhoop en bodemloze zinloosheid. [...] Het is de grootse prestatie van Eliot dat hij de paradox van het bestaan waarin goed en kwaad, geluk en lijden, dood en leven verweven blijken te zijn, volledig laat staan en tegelijk overstijgt,' schrijft theologe Marianne Vonkeman (Trouw, 10 april 2004).
    • TS Eliot
      • Literatuurcriticus, uitgever en modernistisch dichter
      • Thomas Stearns Eliot (1888-1965) was niet alleen een invloedrijke modernistische dichter, maar ook literatuurcriticus en veertig jaar lang werkzaam bij Faber & Faber, uitgever van onder andere James Joyce, W.H. Auden en Ezra Pound. Eliot, geboren in Amerika maar later genaturaliseerd tot Engelsman, werd in in 1948 bekroond met de Nobelprijs voor Literatuur "for his outstanding, pioneer contribution to present-day poetry". Naast 'Four Quartets schreef hij nog een episch gedicht: 'The Wasteland' (1922). Eliot schreef het in de jaren na de Eerste Wereldoorlog, die veel sociale en politieke veranderingen teweeg had gebracht: een verklaring voor de chaos en het gebrek aan coherentie in het experimentele gedicht. Eliot, in die tijd bankmedewerker in een tijd van grote economische instabiliteit, beschrijft plekken in Londen's financiële disctrict: 'It is about the financial district has become a wasteland: so it has a very peculiar urgency for our time!' zegt de Britse literatuurprofessor Lawrence Rainey. The Wasteland barst net als Four Quartets van de literaire en historische verwijzingen (naar Shakespeare, Baudelaire, oude mythes, Wagner). Eliot schrijft zelf over 'a heap of broken images', precies waar het gedicht deels uit is opgebouwd: half herinnerde stukjes van de literatuurhistorie. (Bron: literatuurprofessoren Steve Connor, Lawrence Rainey en Fran Brearton in de BBC radio-uitzending 'The Wasteland and modernity'.
  • Tom America
    • Tom America
      • "Ik zit aan een tafeltje om zo alle rock & roll suggesties de nek om te draaien"
      • 'Tjielp Tjielp' verscheen op America's solodebuut in 1997. Toen bleek dat TJIELP, TJIELP! het motto van de boekenweek 2009 zou worden, maakte America deze videoclip: “Ik zing niet echt, ik playback de muziek die klonk vanuit een klein cassettespelertje op mijn schoot. Ik zit aan een tafeltje om zo alle rock & roll suggesties de nek om te draaien, verplaats de tafel steeds (er zijn vier locaties) om wat afwisseling te creëren en ik speel de rol van de dichter, de kunstenaar die zijn kunst vanuit een boekje of vanaf een blad papier tot leven laat komen. Een grappig effect, leek me,” vertelde Tom America de redactie over zijn optreden. Lees het hele interview op onze website. Voor het NTR programma Kunststof zette Tom America dertien interviewfragmenten uit het programma op muziek, die hier gratis zijn te downloaden. De Parool noemde dit een van de fraaiste albums van het jaar. In de jaren '70 speelde America samen met Henny Vrienten in de band Gasphetti, en werd daarna bekend met de in 1981 opgerichte band MAM, waarvan Henny Vrienten de eerste LP produceerde.
    • Jan Hanlo
      • Durfde luchtig te dichten in de serieuze tijd van de wederopbouw
      • Tom America: "De Mus (uit mijn geboortejaar 1949!) is zoveel tegelijk. Eerstens een bijna onnozel gedicht, wie durft dat, maar één klankje nemen, het twintig maal herhalen en dan stoppen. Zó, kláár! Zoiets verwacht je bij een kind, maar toch niet bij een serieuze dichter, en dan ook nog vier jaar na het eind van de tweede wereldoorlog, een tijdperk voor serieuzere zaken." Lees het hele interview met America op onze website. Jan Hanlo (1912-1969) begon in 1944, ziek in bed, met dichten. Vorm vond hij belangrijker dan inhoud. In zijn zoektocht naar schoonheid, liet hij zich inspireren door de onschuld van kinderen, dieren en God. Hoewel zijn stijl doet denken aan de Vijftigers en de Barbarber groep, past hij niet geheel in die hokjes: de Vijftigers verzetten zich tegen de normen en waarden die na de Tweede Wereldoorlog herleven. Zo laten ze grammatica, vaste versvormen en interpunctie achter zich. De Barbarber groep verzette zich juist weer tegen de Vijftigers en hanteerde een wat vrolijkere en luchtigere toon dan de Vijftigers. Sommigen noemen Jan Hanlo ook wel een neo-dadaïst; gefocust op vorm. Het gedicht ‘De Mus’ stamt uit 1949 en is ook vereeuwigd als muurschildering in Leiden.

Adriaan van Dis

*Vanwege rechten op de fragmenten is tien dagen na de uitzending alleen het studiogesprek nog te bekijken in de player.

Tweede scherm andere afleveringen: