(Foto: Roel Bazen)

"Geen gezeik, iedereen rijk." (F. Jacobse en Tedje van Es)

In het altijd actuele werk van Van Kooten en De Bie vormt politiek een vanzelfsprekend onderdeel. Het blijft niet bij het leveren van commentaar. Met de oprichting van de Tegenpartij, wordt het duo er begin jaren ’80 ongewild ook onderdeel van.

Tegenpartij

De Tegenpartij ontstaat als kritiek op het politieke egoïsme. Dit ‘Samen voor ons eigen’-gevoel wordt door de ‘vrije jongens’ Jacobse en Van Es verwoord in hun verkiezingsprogramma ‘Rugop ’81’. Ze leggen de vinger er precies mee op de zere plek in de samenleving. Maar tot afgrijzen van hun scheppers belanden ze ermee op de voorpagina van het partijblad van de extreemrechtse Volksunie en lijken ze werkelijk stemmen te gaan trekken. De werkelijkheid heeft de satire ingehaald. Reden voor Van Kooten en De Bie het Haagse duo te laten sneuvelen tijdens hun couppoging op het Binnenhof.

Politieke types

De dood van Jacobse en Van Es betekent het einde van de totaal-televisie. In deze vorm richten de door Van Kooten en De Bie uitgebeelde types zich rechtstreeks tot de kijker. Op deze manier proberen ze een allesomvattende satirische visie op de maatschappij over te brengen. Het markeert de komst van meer naar binnen gerichte sketches. Veel treffende en memorabele persiflages volgen; van politieke kopstukken zoals Ed van Thijn, milieuminister Hans Alders en PvdA-fractievoorzitter Thijs Wöltgens, maar ook persiflages op soorten politici zoals ‘de ijdele wethouder’ (Tj. Hekking) en ‘de eeuwig genoemde’ (Prof. Dr. Ir. Akkermans).