Hoewel het journaal en haar presentatoren al tientallen jaren een begrip zijn op de Nederlandse televisie, begint het NTS journaal in 1956 zonder nieuwslezer in beeld. De structuur en opbouw worden over genomen van het Polygoonjournaal dat bedoeld is voor vertoning in bioscopen. Het journaal bestaat uit één lange film van aan elkaar gemonteerde nieuwsitems. Deze worden onderbroken door een korte animatie die de scheiding tussen twee items aanduidt. Van een presentator wordt afgezien, omdat deze de objectiviteit van het nieuws zou kunnen aantasten. Wel voorziet een commentator de beelden van toelichtende of ondersteunende teksten. In een enkel geval treedt de commentator op als nieuwslezer wanneer van belangrijk nieuws geen beelden voor handen zijn. Coen van Hoewijk is de eerste commentator van het NTS journaal en ook de eerste die optreedt als nieuwslezer die de kijker in beeld het nieuws brengt. Daarnaast is hij af en toe te zien als verslaggever ter plaatse.
Nieuwsuitzendingen zijn schaars in de begindagen van het journaal. Drie keer per week is er een journaaluitzending die een kwartier duurt. Het duurt dus vaak een aantal dagen duurt tot nieuws de kijker bereikt. Ook de beperkte techniek beperkt de snelheid van het nieuws. Beelden worden dan nog vastgelegd op film. In tegenstelling tot video en digitale technieken die tegenwoordig gebruikt worden, duurt het bij film aanzienlijk langer voordat die beelden daadwerkelijk in de uitzending komen, omdat deze eerst moeten worden ontwikkeld. Buitenlandse items leveren nog meer vertraging op in verband met het transport van de films. Dit gebeurt vaak per vliegtuig, dat ook weer afhankelijk is van bijvoorbeeld weersomstandigheden. Nieuwswaardigheid is in die tijd dan ook van ondergeschikt belang: men hecht meer waarde aan de visuele waarde van een nieuwsitem.

Lees verder in het artikel 'De Nieuwslezer'