AV-Mania blog

Mediageschiedschrijving op nieuwe leest

Afgelopen maandag, op 25 juni, werd een door het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid uitgegeven boek ten doop gehouden. Het heeft als titel Een eeuw van beeld en geluid. Sommigen zullen zich misschien afvragen of er niet een foutje in de titel zit. Het moet toch Een eeuw van Beeld en Geluid zijn? Want het is toch een jubileumboek? Maar ho, wacht even! Een eeuw? Bestaat Beeld en Geluid dan al honderd jaar? Dat klopt toch niet? Het instituut is immers in 1997 opgericht? Dan bestaat het toch pas 15 jaar? Dat is natuurlijk ook een jubileum, maar niet eentje van 100 jaar.

Gelukkig maakt de ondertitel van het boek, Cultuurgeschiedenis van radio en televisie in Nederland, duidelijk waarom de woorden ‘beeld en geluid’ met kleine letters in de titel van het boek vermeld staan. Of zoals in de inleiding wordt gesteld, het boek ‘is vooral een geschiedenis van de relatie tussen tussen technologie, sociaal gedrag, culturele identiteiten en mentaliteiten’. Dat klinkt behoorlijk abstract, maar toch is Een eeuw van beeld en geluid een goed leesbaar boek.

Was zo’n boek nu echt nodig? Er is toch genoeg geschreven over de geschiedenis van de omroepen? Dat laatste klopt. Maar in die boeken – meestal uitgegeven ter gelegenheid van het een of andere jubileum - ligt de nadruk op de geschiedenis van de omroepverenigingen. Er is één uitzondering, Omroep in Nederland (1994) onder redactie van Huub Wijfjes. Gegeven de omvang en gewicht beter bekend als ‘de stoeptegel’. Het feit dat dit boek nu al weer jaren uitverkocht is, was mede een reden om een nieuw overzicht te publiceren.

Die nadruk op organisatiegeschiedenis had natuurlijk zijn redenen. Het was nu eenmaal makkelijker om de schriftelijke archiefstukken te raadplegen. Zeker als ze gedeponeerd waren bij bezoekers-vriendelijke instellingen zoals het Katholiek Documentatiecentrum (KRO) of het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme (NCRV, IKON). Terwijl het omroeparchief een gesloten bastion was dat oude radio- of televisie-uitzendingen eigenlijk alleen maar van de schappen haalde, als er sprake was van hergebruik. Bovendien heerste er onder traditioneel opgeleide historici een uitgesproken koudwatervrees ten aanzien van audiovisuele bronnen.

Inmiddels is aan die opleidingskant het nodige veranderd. Misschien niet eens zo zeer bij de geschiedenisopleidingen aan de Nederlandse universiteiten. Het is vooral te danken aan de sinds de jaren ’90 explosief gegroeide afdelingen film- en televisiewetenschap (nu vaak mediastudies genoemd) dat er een groeiend aantal onderzoekers is, dat niet langer bang is om audiovisuele producties te bestuderen en te contextualiseren. Ze worden hierbij geholpen door een even explosief groeiend corpus aan audiovisuele bronnen dat Beeld en Geluid hun langs verschillende kanalen ter beschikking stelt. En laten we niet vergeten dat ook de nodige verzamelaars hun steentje bijdragen door allerlei ‘oude favorieten’ op YouTube te zetten. Ook al zijn de rechthebbenden daar niet altijd even blij mee!

Deze openbaarmaking van audiovisuele bronnen maakt het mogelijk dat in Een eeuw van beeld en geluid een aanzet kan worden gegeven tot een stijlgeschiedenis van de Nederlandse radio en televisie. Daarbij is voorzichtigheid geboden. In Een eeuw van beeld en geluid wordt het voorbeeld gegeven van het eerste lustrum van de televisie in oktober 1956. Op de site van Het Geheugen van Nederland staat een ‘videofragment’ van meer dan 40 minuten, met de titel 5-JARIG BESTAAN TELEVISIE IN NEDERLAND. 

Een vondst om te koesteren, omdat in de beginperiode de meeste programma’s live de ether ingingen zonder dat er een telerecording of videoband van werd gemaakt. Als je in de beschrijving leest ‘Gezamenlijk feestprogramma van de vijf omroepverenigingen ivm het vijfjarig bestaan van de televisie in Nederland’, zou je denken dat je het complete programma te zien krijgt. Om erachter te komen dat dit niet het geval, moet je andere bronnen raadplegen. Bronnen die soms wel gedigitaliseerd zijn zoals dagbladen, maar die vaak alleen maar in archieven bekeken kunnen worden zoals omroepgidsen of de logboeken van de TV-uitzendingen.

Wat er achter de  titel 5-JARIG BESTAAN TELEVISIE IN NEDERLAND schuilgaat, is een ‘telerecording’ (een filmopname van de beelden zoals ze op het televisiescherm te zien waren) van slechts enkele onderdelen van de avond. Die begon om 20.00u. en eindigde pas na middernacht – en duurde dus veel langer dan veertig minuten. Gelukkig is er nog een onderdeel van die avond bewaard en bij Het Geheugen van Nederland te bekijken: de jubileumfilm WIJ ZIJN VIJF. Deze is overgeleverd op celluloid (16mm), want hij is destijds als film gemaakt. Dat was een bewuste keuze, want in korte tijd moest veel verschillende personen en situaties vertoond worden. Met live televisie was dat nooit gelukt.

Een eeuw van beeld en geluid is ook een mooie illustratie van de samenwerking die Beeld en Geluid nastreeft met de academische wereld. Onlangs is hiertoe een convenant getekend met (in willekeurige volgorde) de Universiteit Utrecht, de Universiteit Maastricht, de Rijksuniversiteit Groningen, de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit Amsterdam. Hopelijk blijft het niet bij één boek!